Wat is een dwangneurose?

Een dwangneurose – of ‘dwangstoornis’ – is een vaak voorkomende psychische aandoening waarbij mensen een innerlijke drang hebben om bepaalde dingen te denken of te doen. Bij een innerlijke drang om aan bepaalde dingen te denken wordt gesproken van dwanggedachten. Bij een innerlijke drang om bepaalde (nutteloze) dingen te doen wordt gesproken van dwanghandelingen. Iemand met een dwangneurose realiseert zich dat de gedachten en/of handelingen overdreven en zinloos zijn maar kan zich er meestal toch niet tegen verweren.

Bij kinderen is het optreden van dwanghandelingen en/of dwanggedachten een min of meer normaal verschijnsel. Maar bij mensen met een dwangneurose/dwangstoornis nemen dergelijke dwanggedachten en dwanghandelingen zo veel tijd in beslag nemen dat ze het dagelijks functioneren belemmeren.

De medische term voor dwangneurose is obsessief-compulsieve stoornis, of afgekort ‘OCS’. Soms wordt de afkorting ‘OCD’ gebruikt. Dat staat voor ‘obsessive compulsive disorder’, de engelse term voor obsessief-compulsieve stoornis.

Dwanghandelingen en dwanggedachten kunnen ook voorkomen bij andere psychische aandoeningen en bij mensen met een dwangmatige persoonlijkheidsstoornis.

Hoe vaak komt het voor?

In Nederland lijdt naar schatting ruim 1% van de bevolking aan dwangneurose. Vaak is er op de kinderleeftijd al sprake van dwanggedachten en dwanghandelingen. Rond het twintigste levensjaar nemen deze gedachten en handelingen zulke vormen aan dat het dagelijks functioneren wordt belemmerd.

Dwangneurosen komen iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Symptomen dwangneurose

De verschijnselen van een dwangstoornis bestaan uit dwanggedachten en/of dwanghandelingen. De medische term voor dwanggedachten is ‘obsessies’. De medische term voor dwanghandelingen is ‘compulsies’. Van deze termen is ook de benaming ‘obsessief-compulsieve stoornis’ (OCS) afgeleid.

Dwanggedachten

Dwanggedachten zijn hardnekkige ideeën, gedachten, voorstellingen of impulsen, die zich tegen de wil van de patiënt regelmatig opdringen en die men maar niet kwijt kan raken. Ze worden als raar en ongepast ervaren en ze veroorzaken onrust en veel angst.

In plaats van dwanghandelingen kunnen er gedachtenrituelen zijn. Gedachtenrituelen zijn rituelen in gedachten, die net als dwanghandelingen, bewust worden uitgevoerd en bedoeld zijn om de angst, opgeroepen door de dwanggedachten, te verminderen.

Dwanghandelingen

Dwanghandelingen zijn rituele handelingen die volgen op dwanggedachten. Ze worden bewust uitgevoerd ter voorkoming van een bepaalde gevreesde, ernstige gebeurtenis. Iemand kan alleen last hebben van dwanggedachten, maar dwanghandelingen zijn vrijwel altijd gekoppeld aan dwanggedachten.

Vaak schamen mensen zich erg voor hun gedachten en hun gedrag. Ze proberen het voor de buitenwereld verborgen te houden. Meestal lukt dat goed, zeker met behulp van mensen in de directe omgeving, zoals gezinsleden. Deze worden voortdurend om geruststelling gevraagd. Soms moet de omgeving zelfs helpen datgene te voorkomen waarvoor men bang is. Zo kan iemand met smetvrees eisen dat de gezinsleden hun schoenen uitdoen, voor ze in huis komen, uit angst voor ‘vuil’ van buiten. Het verborgen houden van het probleem maakt helaas, dat het probleem blijft bestaan of erger wordt.

Vormen van dwangneurose

Een veel voorkomende vorm van dwangneurose is smetvrees. Mensen met smetvrees zijn overdreven bang om door besmetting ziektes op te lopen. Ze mijden daarom aanraking van dingen die door anderen zijn aangeraakt, wassen vele malen per dag hun handen, maken het huis overdreven vaan schoon etc.

steeds maar weer handen wassen komt voor bij mensen met een dwangneurose (smetvrees)
steeds maar weer handen wassen komt voor bij mensen met een dwangneurose (smetvrees)

Een ander voorbeeld is controledwang. Hierbij moet iets steeds maar weer worden gecontroleerd om te voorkomen dat iets vreselijks gebeurt, bijvoorbeeld controleren of het gasfornuis uit is. De gedachten die ermee gepaard gaan worden dwanggedachten genoemd, de handelingen die men moet verrichten heten dwanghandelingen.

Een derde veel voorkomende vorm van dwangneurose is herhalingsdwang.

Oorzaak dwangneurose

De oorzaak van dwangneurosen is niet goed bekend. Waarschijnlijk is de oorzaak een combinatie van erfelijke aanleg en omgevingsfactoren.

Erfelijke aanleg

Het lijkt erop dat erfelijke aanleg een rol speelt. Dwangverschijnselen komen namelijk vaak voor in families. Daarnaast blijkt uit onderzoek met tweelingen dat eeneïge tweelingen vaker allebei dwangneurosen hebben dan tweeeïge tweelingen.

Omgevingsfactoren

Naast erfelijke factoren spelen omgevingsfactoren zeker ook een rol. De aandoening blijkt namelijk vaker op te treden na periodes van psychische en/of emotionele stress. Er zijn ook gevallen bekend die zijn ontstaan na een infectieziekte.

Volgens sommige onderzoekers gaat het om aangeleerd gedrag.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Er zijn geen specifieke testen die de diagnose kunnen bevestigen. De diagnose ‘dwangstoornis’ wordt gesteld aan de hand van het vraaggesprek met de patiënt. De huisarts, psycholoog of psychiater zal aan de hand van de beschreven klachten en gedragingen kunnen bepalen dat het om een dwangstoornis gaat.

Er bestaan speciale vragenlijksten die kunnen worden gebruikt voor het vaststellen van de aanwezigheid en de ernst van dwangneurosen. Een veelgebruikte vragenlijst is de Yale–Brown Obsessive Compulsive Scale (Y-BOCS).

Behandeling dwangneurose

De behandeling van dwangneurosen bestaat meestal uit cognitieve gedragstherapie (praatsessies met een psycholoog of psychiater) en/of geneesmiddelen. Als dat niet helpt is tegenwoordig ook diepe hersenstimulatie beschikbaar als behandeling.

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een veel toegepaste behandeling tegen dwangneurose. Bij deze behandeling wordt eerst vastgelegd van welke dwanggedachten en/of dwanghandelingen sprake is. Vervolgens wordt bepaald wat het belang van deze dwanggedachten/dwanghandelingen voor de patiënt is. De dwanghandelingen worden stap voor stap afgebouwd. Dat gebeurt door de patiënt bloot te stellen aan datgene dat de problemen uitlokt. Hierbij wordt de patiënt er vervolgens van weerhouden om de gebruikelijke dwanggedachten en dwanghandelingen toe te laten.

Geneesmiddelen

Voor de behandeling van dwangneurosen worden bepaalde antidepressiva gebruikt. Meestal zijn dat antidepressiva van de groep SSRI’s of tricyclische antidepressiva. Als antidepressiva niet of onvoldoende helpen worden soms antipsychotica voorgeschreven.

Diepe hersenstimulatie

Als ook geneesmiddelen niet of onvoldoende helpen is het mogelijk om te behandelen met diepe hersenstimulatie.

Beloop en prognose

Zonder behandeling blijven de klachten vaak vele jaren bestaan.

De stoornis kan het hele leven van de patiënt, maar ook van diens omgeving gaan beheersing. Het komt regelmatig voor dat huisgenoten in de dwang worden betrokken. Ze moeten dan allerlei dingen doen, of juist laten, om het gevreesde tegen te gaan. Dat kan dan weer tot onderlinge spanning en irritaties leiden.

De dwangneurose kan gepaard gaan met een depressie. Het is niet helemaal duidelijk of het één het gevolg is van het ander. Er kan ook sprake zijn van een onderliggende aanleg voor psychische aandoeningen.

Boeken over dwangstoornissen

Andere talen

Engelse vertaling

obsessive-compulsive disorder, OCD

Duitse vertaling

Zwangsstörung, Zwangsneurose, anankastische Neurose

ICD10-code

F42


Synoniemen voor dwangneurose zijn dwangstoornis, obsessief-compulsieve stoornis, obsessieve compulsieve stoornis, OCS en OCD.


Uitgegeven door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 7 mei 2018
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 7 mei 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *