Dunnevezelneuropathie

Wat is dunnevezelneuropathie?

Dunnevezelneuropathie is een aandoening waarbij een bepaald soort zenuwvezels is aangetast, de zogenaamde dunne zenuwvezels. Deze dunne zenuwvezels zijn verantwoordelijk voor het doorgeven van pijnprikkels en temperatuurprikkels.

Wat is de oorzaak?

Dunnevezelneuropathie kan verschillende oorzaken hebben. De meest voorkomende oorzaak is suikerziekte (diabetes mellitus). Andere mogelijke oorzaken zijn sarcoïdose, coeliakie, het syndroom van Guillain-Barré, SLE, monoklonale gammopathie, het syndroom van Sjögren, schildklierziekten, cryoglobulinemie, bepaalde infectieziekten, waaronder de ziekte van Lyme, bepaalde vergiftigingen, waaronder vitamine B6-intoxicatie en bepaalde erfelijke ziekten, waaronder de ziekte van Fabry en ataxie van Friedreich.

Soms wordt geen oorzaak gevonden. In dat geval wordt gesproken van idiopathische dunnevezelneuropathie. Uit onderzoek blijkt echter dat bij ongeveer 30% van de mensen met deze idiopathische vorm een afwijking in het DNA aanwezig is. Het gaat om een mutatie (afwijking) van het zogenaamde SCN9A-gen. Dit is een stukje DNA dat zorgt voor de aanmaak van een zogenaamde natriumkanaal. Dat is een eiwit in de celmembraan dat regelt in hoeverre natrium de cel in en uit kan.

Welke symptomen geeft het?

Dunnevezelneuropathie kan de volgende klachten geven:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose kan worden gesteld op grond van de klachten, de bevindingen bij lichamelijk onderzoek, en resultaten van aanvullend onderzoek, zoals een huidbiopsie. De arts zal vaak ook nog onderzoek aanvragen om te achterhalen wat de onderliggende oorzaak is van de aandoening.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek is sprake van afwijkingen van het gevoel aan de voeten. Het onderscheid tussen koude en warmte is moeilijk of helemaal niet aan te geven. Ook is er minder gevoel voor speldeprikken.

Huidbiopsie

De diagnose kan worden bevestigd met behulp van een huidbiopsie. Daarbij wordt met een prik een stukje huid boven de enkel verwijderd. Dit stukje huid – het ‘huidbiopt’ – wordt door een patholoog-anatoom met een speciale kleurstof gekleurd zodat de dunne zenuwvezels goed te onderscheiden zijn. Het huidbiopt wordt vervolgens onder de microscoop bekeken. Hierbij wordt de dichtheid van het aantal dunne zenuwvezels bepaald. Deze is verlaagd bij mensen met dunnevezelneuropathie.

Wat is de behandeling?

Als een onderliggende oorzaak voor de aandoening wordt gevonden zal deze moeten worden behandeld. Als geen onderliggende oorzaak wordt gevonden zal de behandelend arts meestal geneesmiddelen voorschrijven die de zenuwpijn onderdrukken. Geneesmiddelen die hiervoor in aanmerking komen zijn tricyclische antidepressiva, zoals bijvoorbeeld amitriptyline, nieuwere antidepressiva, zoals bijvoorbeeld duloxetine en venlafaxine, en bepaalde geneesmiddelen tegen epilepsie (anti-epileptica), zoals bijvoorbeeld gabapentine en pregabaline. Bij hardnekkige klachten kunnen eventueel sterke pijnstillers worden voorgeschreven, zoals tramadol of opiaten.

Engelse vertaling

small fiber peripheral neuropathy

Verder lezen / Referenties

Plaats een reactie