Dikkedarmkanker

Wat is dikkedarmkanker?

Dikkedarmkanker is een kwaadaardig gezwel in de dikke darm. Met ‘kwaadaardig’ wordt bedoeld dat het gezwel in de omgevende weefsels doorgroeit en ook uitzaaiingen door het lichaam kan geven. Kanker van de dikke darm is een veel voorkomende vorm van kanker.

Medische termen voor dikkedarmkanker zijn colonkanker, coloncarcinoom en colorectale maligniteit.

Hoe vaak komt het voor?

Dikkedarmkanker is een regelmatig voorkomende vorm van kanker. De aandoening komt meestal voor op oudere leeftijd.

Jaarlijks komen er in Nederland ongeveer 8.000 nieuwe gevallen van dikkedarmkanker voor.

De ziekte komt iets vaker voor bij mannen als bij vrouwen, en vooral in de leeftijdsgroep boven de vijftig jaar.

Symptomen dikkedarmkanker

De volgende klachten kunnen voorkomen bij kanker aan het einde van de dikke darm:

  • Bloed bij de ontlasting en/of slijm bij de ontlasting
  • Verandering van de ontlasting
    • vaak afwisselend verstopping en diarree
  • Loze aandrang (als de ziekte in de endeldarm zit)
  • Moeheid en snelle vermoeibaarheid
  • Afvallen

Bij een tumor in het begin van de dikke darm zijn de klachten vaak vager:

Wat is de oorzaak?

Het ontstaan van dikkedarmkanker zou te maken kunnen hebben met bepaalde typen voedsel die in de westerse maatschappij veel worden gebruikt. Voedsel dat uitgebreid verwerkt is (geraffineerd voedsel) zou moeilijker de darm passeren waardoor kankerverwekkende stoffen in het voedsel langer de tijd hebben om op het darmslijmvlies in te werken.

In sommige gevallen ontstaat de dikkedarmkanker uit een bepaald soort poliepen in de dikke darm. Dit soort wordt ‘adenomateuze poliepen’ genoemd. Zulke poliepen kunnen waarschijnlijk bij ongeveer 30% van alle mensen op oudere leeftijd worden aangetroffen. Poliepen van dit type komen in grote hoeveelheden voor in de dikke darm van mensen met de ziekte ‘familiaire polyposis coli’. Deze mensen hebben dan ook een grote kans dat ze dikkedarmkanker krijgen.

Verder hebben mensen met chronische ontstekingen van het slijmvlies van de dikke darm ook een verhoogde kans op het krijgen van dikkedarmkanker. Chronische ontsteking van het dikke darmslijmvlies komt voor bij aandoeningen als de ziekte van Crohn en colitis ulcerosa.

In een klein aantal gevallen van dikkedarmkanker speelt erfelijkheid een rol. Dit is het geval bij de eerder genoemde ziekte ‘familiaire polyposis coli’ en verder ook nog bij een vorm van dikkedarmkanker die bij mensen rond het veertigste jaar optreedt. Deze vorm van dikkedarmkanker zit meestal in het eerste deel van de dikke darm.

De cellen die de wand van de dikke darm bekleden zijn zeer actief en delen zich vaak. Hierdoor ontstaan vaak ophopingen van cellen in de dikke darm. Dit worden poliepen genoemd. De meeste poliepen zijn kleine, goedaardige groeisels die vanzelf stoppen met groeien. Een klein deel van deze poliepen kan echter blijven groeien. Ze kunnen omvormen tot kwaadaardige tumoren. Dit gebeurt doordat er iets verandert in het erfelijk materiaal van die cellen, de genen.

Bij sommige mensen is er een erfelijke aanleg voor het ontstaan van kwaadaardigheid in dit soort poliepen. Bij anderen ontstaan die erfelijke afwijkingen onder invloed van de leeftijd of doordat de cellen in de darm in contact komen met allerlei stoffen in de ontlasting die aanleding kunnen geven tot deze verandering.

De kwaadaardige poliepen kunnen doorgroeien in de wand van de dikke darm. Dan komen ze ook in contact met bloedvaten en lymfevaten. Als kwaadaardige cellen dan loslaten en door het bloed of de lymfe worden versleept kunnen uitzaaiingen ontstaan. Dit gebeurt vooral naar de lever, de longen en de maag.

Erfelijke dikkedarmkanker

Er is ook een erfelijke vorm van dikkedarmkanker. Mensen met zo’n erfelijke aanleg voor het krijgen van dikkedarmkanker krijgen vaak al tussen hun 30ste en 40ste levensjaar kanker.

Er zijn twee vormen van erfelijke aanleg voor het krijgen van colonkanker. Deze vormen worden FAP en HNPCC genoemd.

Genmutaties bij dikkedarmkanker: KRAS- en TP53-gen. KRAS-mutaties worden vaker gezien bij dikkedarmkanker in het rechter deel van de dikke darm.

Risicofactoren

Overgewicht verhoogt de kans op het krijgen van darmkanker. Dit geldt voor mannen en voor vrouwen vóór de overgang. Vrouwen na de overgang met overgewicht hebben geen verhoogd risico, waarschijnlijk omdat vetweefsel oestrogenen maakt die beschermen tegen darmkanker.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De volgende onderzoeken kunnen helpen bij het stellen van de diagnose ‘dikkedarmkanker’.

Lichamelijk onderzoek, uitwendig van de buik, inwendig via de anus.

Aantonen van onzichtbaar bloed in de ontlasting.

Bloedonderzoek laat vaak een verhoogde bezinking zien en aanwezigheid van zogenaamde carcino-embryonale antigenen (CEA). Deze zogenaamde tumormerkstof geeft ook informatie over de prognose.

Röntgenonderzoek, bijvoorbeeld foto’s met contrastvloeistof (pap).

Endoscopie of inwendig kijkonderzoek; hierbij kan een biopsie worden genomen van het darmslijmvlies. Dit kan vervolgens door een patholoog-anatoom onder de microscoop worden beoordeeld om de aard van de afwijking vast te stellen. Alleen dit onderzoek geeft definitief uitsluitsel of er sprake is van kanker of niet. Wanneer dit wel het geval is, zal vaak een CT-scan of echografie van de buik worden gemaakt om de uitbreiding van de ziekte in kaart te brengen.

Behandeling

Als kanker van de dikke darm in een vroeg stadium wordt ontdekt zal de tumor meestal met een operatie worden verwijderd. Soms kan dat via een kijkonderzoek (coloscopie). Als dat niet mogelijk is zal een buikoperatie worden verricht.

In sommige gevallen zal vóór de operatie chemotherapie worden gegeven om het gezwel kleiner te maken.

Chemotherapie wordt soms ook gegeven aan mensen bij wie het gezwel al is uitgezaaid. De dikkedarmkanker kan dan in principe niet meer worden genezen, maar behandeling met chemotherapie kan wel de levensverwachting verbeteren.

Chemotherapeutica (antikankermiddelen) die bij dikkedarmkanker worden gebruikt zijn onder andere fluorouracil, capecitabine, irinotecan en oxaliplatine.

Andere behandelingen die soms worden ingezet zijn immunotherapie en radiotherapie (bestraling).

Prognose

De prognose van dikkedarmkanker hangt af van het stadium van de ziekte. Als het maar vroeg genoeg wordt ontdekt is de prognose goed tot zeer goed. De prognose wordt slechter bij doorgroei van de kanker in de darmwand, bij uitzaaiing naar lymfeklieren, en bij uitzaaiing naar andere organen.

Uitzaaiing vindt vaak plaats naar lymfeklieren, lever, of longen. Uiteindelijk komen bij ongeveer de helft van de patiënten uitzaaiingen voor, vooral uitzaaiingen in de lever.

Dikkedarmkanker zal in eerste instantie uitzaaien naar lymfeklieren die in de buurt liggen. Vervolgens kan de kanker uitzaaien naar de lever. In het geval van kanker in het laatste deel van de dikke darm, de endeldarm, zal de ziekte uitzaaien naar de longen.

Over het algemeen is de 5-jaarsoverleving ongeveer 50%. Bij uitzaaiing naar lymfeklieren is de vijfjaarsoverleving 60-70%; bij uitzaaiing naar andere organen, zoals lever of longen, is de vijfjaarsoverleving slechts 5-10%.

Engelse vertaling

colon carcinoma, colorectal carcinoma

Synoniemen voor dikkedarmkanker zijn coloncarcinoom, colorectale maligniteit en colorectaalcarcinoom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *