Cubitaal tunnel syndroom

Wat is het cubitaal tunnel syndroom?

Het cubitaal tunnel syndroom is een vaak voorkomende aandoening waarbij de elleboogzenuw (nervus ulnaris) beklemd raakt tussen twee stukken bot bij het ellebooggewricht. De ruimte tussen deze botdelen wordt de cubitale tunnel genoemd. De beknelling van de elleboogzenuw leidt tot klachten rond de elleboog en aan de hand.

beknelling van de elleboogzenuw bij cubitaal tunnel syndroom
beknelling van de elleboogzenuw bij cubitaal tunnel syndroom – bron: Dr Lorenzo Masci

Wat is de oorzaak?

Het cubitaal tunnel syndroom wordt veroorzaakt door beknelling van de elleboogzenuw (nervus ulnaris) ter hoogte van het ellebooggewricht. De elleboogzenuw loopt aan de binnenzijde van het ellebooggewricht oppervlakkig in de richting van de hand. Waarom de elleboogzenuw bekneld raakt is niet altijd duidelijk.

Soms kan de aandoening optreden na langdurig steunen of leunen op de elleboog. Dat kan bijvoorbeeld voorkomen bij langdurig werken op de computer, waarbij de ellebogen op het bureau steunen. Ook kan het voorkomen tijdens lange autoritten, waarbij de elleboog op de middenconsole of de portiersteun leunt. Door aanhoudend verhoogde druk op de elleboogzenuw raakt de zenuw geïrriteerd. Dit kan leiden tot zwelling van de zenuw zelf en het omliggende weefsel. Hierdoor raakt de zenuw bekneld in het benige kanaal dat cubitale tunnel wordt genoemd.

Soms ontstaat de aandoening na een gebroken elleboog (elleboogfractuur) waarbij de botbreuk leidt tot vernauwing van de cubitale tunnel. Heel soms ontstaat de aandoening na een operatie aan de elleboog. Andere zeldzame oorzaken zijn beknelling door zwelling van het ellebooggewricht en beknelling door botuitsteeksels die ontstaan door slijtage van het ellebooggewricht (artrose van het ellebooggewricht).

Welke symptomen geeft het?

Het cubitaal tunnel syndroom kan tot de volgende klachten leiden:

  • pijn aan de ellboog / pijn rond de elleboog
  • tintelend gevoel in de pink en de ringvinger
  • doof gevoel in de pink en de ringvinger
  • verminderde kracht in de pink en de ringvinger
  • verminderde kracht in de hand en de vingers
    • moeite met spreiden en sluiten van de vingers
    • moeite met strekken van de ringvinger en pink
    • kan leiden tot een ‘klauwstand’ van de hand
  • dunner worden van de spiertjes in de hand
  • onhandigheid van de hand / moeite met het uitvoeren van fijne handbewegingen
  • pijn aan de onderarm

De pijn- en gevoelsklachten kunnen toenemen bij buigen van het ellebooggewricht.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld op grond van de symptomen, de bevindingen bij lichamelijk onderzoek en aanvullend onderzoek. Aanvullend onderzoek kan bestaan uit elektromyografie (EMG) of echoscopie.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek kan de arts proberen de klachten op te wekken door kloppen ter hoogte van de cubitale tunnel. Als dat lukt wordt gesproken van een positief teken van Tinel. Verder kan de arts testen of de spieren die door de elleboogzenuw worden aangestuurd goed werken. Daartoe zal de patiënt gevraagd worden om de vingers tegen weerstand uit te spreiden. Als dit moeilijk gaat is dat een extra aanwijzing voor aantasting van de elleboogzenuw. Wanneer de aandoening langere tijd bestaat kunnen de zogenaamde intrinsieke handspieren in omvang afnemen. Dit is zichtbaar doordat de vulling tussen de pezen op de handrug verminderd is. In ernstige gevallen kan sprake zijn van een klauwstand van de hand. Daarbij staan met name de ringvinger en pink in gebogen stand.

Wat is de behandeling?

De behandeling kan bestaan uit het volgen van bepaalde adviezen. Ook kunnen ontstekingsremmende medicijnen, zoals NSAIDs, helpen de klachten en zwelling van de zenuw te verminderen. Eventueel kan het ellebooggewricht worden geïmmobiliseerd door gebruik van een spalk. Als deze maatregelen niet of onvoldoende helpen kan worden besloten om te opereren.

Adviezen

De adviezen hieronder zijn erop gericht belasting van de elleboog en elleboogzenuw te verminderen. Bij lichte vormen van het cubitaal tunnel syndroom kan dat voldoende zijn om de klachten te laten verdwijnen.

  • vermijden van leunen op de elleboog
  • vermijden van het veelvuldig buigen en strekken van het ellebooggewricht
  • plaats een kussen onder het elleboog bij werken aan het bureau
  • vermijden van overstrekken van de elleboog
  • omhullen van de elleboog tijdens de slaap, bijvoorbeeld met een gepolsterde doek of een dikke handdoek

Medicijnen

Gebruik van ontstekingsremmende pijnstillers kan helpen pijnklachten en irritatie van de zenuw te verminderen. Voorbeelden van dit soort middelen zijn ibuprofen, naproxen en diclofenac. Sommige van deze middelen zijn zonder doktersrecept bij drogist of apotheek verkrijgbaar.

Operatie

Bij deze operatie wordt de beknelling van de elleboogzenuw opgeheven. Dit wordt decompressie genoemd. Bij 80-90% van de patiënten geeft decompressie verbetering van de klachten.

Hoe gaat de operatie?

De operatie duurt ongeveer een half uur en wordt meestal uitgevoerd door een handchirurg of neurochirurg. De ingreep vindt over het algemeen plaats als dagbehandeling. Dat betekent dat je dezelfde dag weer naar huis kunt. De ingreep kan worden verricht onder narcose of onder lokale verdoving. In het laatste geval wordt een pijnstillend middel in de oksel ingespoten. Dit verdooft de hele arm. Vervolgens wordt de bloedtoevoer naar de arm stilgelegd met een strakke band om de bovenarm. Het operatiegebied wordt ontsmet. De arm wordt afgedekt met steriele doeken, waarbij het operatiegebied vrijgehouden wordt.

De chirurg maakt een kleine snee ter hoogte van de elleboog. Vervolgens wordt de elleboogzenuw opgezicht en vrijgelegd, waarbij de beknelling wordt opgeheven. Eventueel wordt de zenuw omgelegd en vastgezet. Om bloeding in de elleboog tegen te gaan wordt vaak nog een slangetje achtergelaten in de operatiewond. Een dergelijk slangetje wordt drain (spreek uit als ‘dreen’) genoemd. Via de drain kan in de periode na de operatie nog bloed aflopen. De wond wordt vervolgens gehecht en de elleboog wordt met een drukverband ingepakt.

Na de operatie

Omdat de betreffende arm niet gebruikt kan worden is het van belang om vervoer naar huis te regelen. Na de operatie mag de belasting van de elleboog langzaam worden opgevoerd. Het is van belang om bepaalde oefeningen te doen om het ellebooggewricht na de operatie weer goed beweeglijk te maken. Verder is het van belang om druk op de elleboog te vermijden. Dus niet langdurig leunen op de elleboog.

Gedurende de dagen na de ingreep is de elleboog vaak pijnlijk. Hiertegen kan paracetamol worden ingenomen. Het kan enige tijd duren voordat de klachten na de operatie helemaal verdwenen zijn. Dat duurt vaak nog een aantal maanden. Maximaal 6 tabletten van 500 mg per dag. Verder is het van belang om de vingers goed te bewegen. Om stuwing in de arm te vermijden moet de arm zoveel mogelijk hoog gehouden worden. Na ongeveer twee weken worden de hechtingen verwijderd. Dat kan in het ziekenhuis gebeuren. Soms wordt het ook door de huisarts gedaan.

Mogelijke complicaties van de operatie

In zeldzame gevallen kan tijdens de operatie een beschadiging van de nervus ulnaris (elleboogzenuw) optreden. Heel soms treden na de operatie complicaties op, zoals bijvoorbeeld een wondinfectie of een nabloeding. In het geval van een wondinfectie kan behandeling met antibiotica noodzakelijk zijn. In een enkel geval zal het nodig zijn de operatiewond weer open te maken om de bloeding of infectie op te heffen.

Synoniemen

cubitale tunnel syndroom, cubital tunnel syndroom, ulnaris syndroom, cubitaletunnel syndroom, cubitaletunnelsyndroom, beklemming of compressie van de nervus ulnaris ter hoogte van de elleboog, ulnaris neuropathie bij de elleboog

Engelse vertaling

cubital tunnel syndrome

Duitse vertaling

Ulnarisrinnensyndrom, Ulnarisrinnen-Syndrom, Sulcus-ulnaris-Syndrom, Kubitaltunnel-Syndrom

Plaats een reactie