Wat is congenitale bijnierhyperplasie?

Congenitale bijnierhyperplasie is een zeldzame aangeboren aandoening waarbij door een afwijking in het DNA te veel of te weinig geslachtshormonen worden aangemaakt in de bijnieren. Dit leidt vaak tot afwijkingen in de ontwikkeling van de geslachtsorganen. Zo kan bij meisjes het geslachtsorgaan gaan lijken op dat van een jongetje. De aandoening werd vroeger ook wel ‘adrenogenitaal syndroom’ genoemd.

Wat is de oorzaak?

Congenitale bijnierhyperplasie is een erfelijke afwijking in de productie van bijnierschorshormonen. De aandoening wordt veroorzaakt door afwijkingen in het DNA. Er zijn verschillende stukjes DNA die afwijkend kunnen zijn. Elk van deze stukjes DNA – ‘gen’ genoemd – is verantwoordelijk voor de vorming van een bepaalde stofje (enzym). De betreffende enzymen spelen een belangrijke rol bij de vorming van geslachtshormonen in de bijnieren.

Het gaat in 95% van de gevallen om een tekort aan het enzym 21-hydroxylase. De onderliggende oorzaak is dat een bepaald gen, namelijk het gen dat verantwoordelijk is voor de aanmaak van 21-hydroxylase, afwijkend is. Er zijn inmiddels zo’n vijftig verschillende afwijkingen van het betreffende gen beschreven. Door de afwijking in het gen wordt te weinig 21-hydroxylase aangemaakt.

Andere enzymen die een rol kunnen spelen bij het ontstaan van de ziekte zijn 11β-hydroxylase en 3β-hydroxysteroid dehydrogenase 2. Tekorten aan deze enzymen worden veroorzaakt door afwijkingen van andere stukjes DNA. Het tekort aan dergelijke andere enzymen leidt in de meeste gevallen tot een verminderde aanmaak van het hormoon cortisol. Bij sommige vormen kan ook een tekort aan aldosteron optreden. Dat leidt tot verlies van zout (natrium) via de urine, ook wel hyponatriëmie genoemd. In ernstige gevallen kan dat binnen twee weken na de geboorte leiden tot een zogenaamde Addison-crisis.

Er zijn ook vormen waarbij juist een overmaat aan hormonen ontstaat, zoals bijvoorbeeld androsteendion en 17-hydroxyprogesteron.

Het tekort aan het enzym 21-hydroxylase leidt tot afname van de aanmaak van cortisol en aldosteron door de bijnierschors. Als reactie hierop gaat de hypofyse meer ACTH aanmaken. Dit leidt tot een toename van de aanmaak bepaalde van bijnierschorshormonen; namelijk die hormonen die voorafgaan aan de stap waarbij hormonen worden aangemaakt waarvoor 21-hydroxylase nodig is. Dit zijn de hormonen 17-hydroxyprogesteron en androsteendion. Deze hormonen zorgen voor een ‘vermannelijking’ van de uitwendige geslachtsorganen bij vrouwelijke ongeboren baby’s. De inwendige geslachtsorganen zijn gewoon vrouwelijk.

Overerving

Congenitale bijnierhyperplasie erft autosomaal recessief over. Dit betekent dat van zowel de vader als de moeder een afwijkend gen geërfd moet worden om de ziekte te krijgen.

Hoe vaak komt het voor?

Congenitale bijnierhyperplasie is een zeer zeldzame ziekte die voorkomt bij ongeveer één op de 12.000 pasgeborenen. Dat betekent ofwel in Nederland zo’n 10-20 keer per jaar. In dit geval gaat het om de zogenaamde klassieke vorm. Er is ook nog een mildere vorm die vaker voorkomt. Deze zogenaamde ‘niet-klassieke’ vorm komt bij ongeveer één op de 1.700 pasgeborenen voor, ofwel zo’n 100-150 keer per jaar.

Welke symptomen geeft het?

De volgende symptomen en kenmerken kunnen voorkomen bij kinderen met congenitale bijnierhyperplasie:

  • braken
  • onduidelijk of het uitwendige geslachtsorgaan mannelijk of vrouwelijk is:
    • vergrote clitoris
    • kleine penis
    • ontbreken van vaginale opening
    • blind eindigende vagina
    • schaamlippen zijn met elkaar vergroeid
  • voortijdige puberteit (pubertas praecox)
    • voortijdige groei van schaamhaar
  • haargroei in het gezicht bij meisjes
  • onregelmatige menstruatie
  • onvruchtbaarheid door het ontbreken van de eisprong (ovulatie)
  • achterblijven van borstgroei
  • uitblijven van de menstruatie
  • jongensachtig gedrag

Bij meisjes met het adrenogenitaal syndroom is soms al direct na de geboorte vergroeiing van de schaamlippen en vergroting van de clitoris zichtbaar. Soms wordt het meisje dan ten onrechte aangezien voor een jongetje.

Bij jongetjes is het moeilijker om de aandoening te herkennen. De volgende kenmerken komen voor: vroeg begin van de puberteit, vroege ontwikkeling van de penis, kleine balzak met kleine teelballen.

De milde vorm van de ziekte kan zowel bij jongens als meisjes rond de peuterleeftijd leiden tot versnelde groei met uiteindelijk een geringere lichaamslengte, en groei van okselhaar en schaamhaar. Dit wordt wel ‘pseudopubertas praecox’ genoemd. De milde vorm kan ook pas op volwassen leeftijd tot klachten leiden. De volgende klachten kunnen dan voorkomen:

  • Overmatige haargroei
  • Acné
  • Ontregelde menstruatie
  • Verminderde vruchtbaarheid

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld door de gehaltes van 17-hydroxyprogesteron en androsteendion in het bloed te meten. Deze zijn te hoog. Ook kan op grond van afbraakproducten van deze stoffen in de urine de diagnose worden gesteld. Als echter op grond van deze onderzoeken geen duidelijke diagnose kan worden gesteld is een ACTH-stimulatietest nodig. Ten slotte kan de diagnose bevestigd worden door middel van DNA-onderzoek waarbij het afwijkende gen, dat verantwoordelijk is voor het gebrek aan 21-hydroxylase, kan worden aangetoond.

Wat is de behandeling?

De behandeling bestaat uit geneesmiddelen die hormonen bevatten waar een tekort aan bestaat. Soms worden ook geneesmiddelen voorgeschreven die juist een overmaat aan bepaalde hormonen tegengaan. Welke hormonen worden voorgeschreven zal voor de verschillende vormen van de ziekte anders zijn.

Wat is het beloop?

De klassieke vorm van het adrenogenitaal syndroom wordt bij meisjes vaak al bij of vlak na de geboorte gesteld. De milde vorm van de aandoening wordt meestal tussen het vierde en zesde levensjaar ontdekt. Soms zijn er psychosociale problemen en/of problemen met de gender-identiteit. Bij meisjes die, vanwege het mannelijke uiterlijk van de geslachtsdelen, als jongen worden opgevoed kunnen op latere leeftijd identiteitsproblemen ontstaan.

Congenitale bijnierhyperplasie is geen ernstige ziekte. Je gaat er niet aan dood. Wel kunnen de klachten vervelend zijn en tot psychosociale problemen leiden.

Engelse vertaling

congenital adrenal hyperplasia

Synoniemen

Andere namen voor congenitale bijnierhyperplasie zijn adrenogenitaal syndroom, AGS, congenitale bijnierschorshyperplasie, 21-hydroxylasedeficiëntie, aangeboren bijnierhyperplasie en aangeboren bijnierschorshyperplasie.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *