Botontkalking

Wat is botontkalking?

Botontkalking is een aandoening waarbij de dichtheid van de botten afneemt. Hierdoor neemt het risico op botbreuken toe.

De medische term voor botontkalking is ‘osteoporose’.


Hoe vaak komt ‘t voor?

Botontkalking komt veel voor. Jaarlijks wordt de aandoening in Nederland bij zo’n 7.500 mensen vastgesteld.


Bij wie?

Botontkalking komt vooral voor bij mensen boven de 50 jaar, en ongeveer drie keer vaker bij vrouwen dan bij mannen.


Wat is de oorzaak?

De oorzaak van botontkalking is een afname van de botdichtheid. De kans om botontkalking te krijgen is verhoogd in de volgende omstandigheden:

  • Botontkalking komt voor in de familie;
  • Laag lichaamsgewicht;
  • Weinig lichaamsbeweging;
  • Veel roken;
  • Veel alcohol drinken;
  • Gebruik van corticosteroïden.

botontkalking

Bijzondere vormen van osteoporose waarvan de oorzaak niet bekend is zijn ‘voorbijgaande osteoporose‘ en ‘idiopathische juveniele osteoporose‘.

Er zijn nogal wat ziektebeelden en omstandigheden waarbij het risico op het krijgen van osteoporose verhoogd is. De lijst staat onderaan deze pagina.


Welke klachten geeft het?

Botontkalking geeft op zichzelf geen klachten. De klachten ontstaan pas als de verminderde botdichtheid leidt tot botbreuken. Zo zal iemand die vanwege botontkalking een ingezakte wervel krijgt klagen over pijn in de rug. En inzakking van de wervels leidt weer tot verkromming van de rug en afname van de lichaamslengte. Maar ook een gebroken pols of een gebroken heup kan de eerste uiting van de ziekte zijn.


Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt vaak pas gesteld als iemand vanwege een botbreuk in het ziekenhuis komt. In veel ziekenhuizen worden mensen met een botbreuk gescreend op botontkalking. Dat gebeurt met een onderzoek waarbij de botdichtheid wordt gemeten. Dit heet ‘botdichtheidsmeting‘ of ‘botdensitometrie’.

Botontkalking kan ook bij toeval ontdekt worden, bijvoorbeeld als om een andere reden een röntgenfoto wordt gemaakt. Op röntgenfoto’s is vaak duidelijk zichtbaar dat de dichtheid van de botten is afgenomen.


Wat is de behandeling?

De behandeling van botontkalking bestaat uit (1) toename lichaamsbeweging, (2) valpreventie, en (3) geneesmiddelen.

Lichaamsbeweging

Vooral bij mensen die weinig lichaamsbeweging hebben leidt toename van bewegen tot een toename van de botdichtheid.

Valpreventie

Aangezien het risico op botbreuken is verhoogd is het van belang om vallen te voorkomen.

Geneesmiddelen

Er zijn een aantal geneesmiddelen die de botdichtheid helpen verhogen. Hieronder een overzicht.

  • Bisfosfonaten, zoals Fosamax (alendroninezuur), Actonel (risedroninezuur) en ibandroninezuur;
  • Preotact (parathyreoïd hormoon);
  • Evista (raloxifeen);
  • Forsteo (teriparatide).

Voorkomen botontkalking

Om ontkalking van bot te voorkomen kunnen de volgende maatregelen worden genomen:

  • Stoppen met roken;
  • Stoppen met het drinken van (veel) alcohol;
  • Toename van lichaamsbeweging.

Engelse term

osteoporosis


ICD-10 code

M80 – osteoporose met pathologische fractuur

M81 – osteoporose zonder pathologische fractuur

M82 – osteoporose bij andere ziekten


Synoniemen

bot ontkalking, osteoporose, zwakke botten, ontkalkte botten


Verhoogd risico op botontkalking bij:

Hieronder een uitgebreide lijst van aandoeningen en situaties met een verhoogd risico op botontkalking:

  • andropauze;
  • anorexia nervosa;
  • beschadiging van het ruggenmerg;
  • bestraling van de wervelkolom op de kinderleeftijd;
  • cadmiumvergiftiging;
  • colitis ulcerosa;
  • dyskeratosis congenita;
  • fenylketonurie;
  • gebruik van Arimidex (anastrozol);
  • gebruik van clobetasol (Dermovate);
  • gebruik van corticosteroïden;
  • gebruik van GnRH-agonisten (bijvoorbeeld Lucrin, Zoladex, Decapeptyl, Suprecur, Synarel);
  • gebruik van inhalatiecorticosteroïden;
  • gebruik van leuproreline;
  • gebruik van prednisolon (Diadreson-F);
  • gebruik van salmeterol/fluticason (Seretide);
  • gebruik van testosteronverlagende middelen;
  • gebruik van triamcinolon (Kenacort);
  • gerodermia osteodysplastica;
  • goedaardig gezwel van de bijschildklier;
  • homocystinurie;
  • hyperparathyroidism-jaw tumor syndrome;
  • jeugdreuma;
  • langdurig gebruik van corticosteroïden;
  • Leydigcel-hypoplasie;
  • lysine proteïne-intolerantie;
  • mestcelleukemie;
  • mestcelziekte;
  • normale veroudering;
  • ongevoeligheid van eierstokken voor FSH;
  • osteomalacie;
  • osteoporose-pseudogliomasyndroom;
  • overgang;
  • persisterende vlokatrofie;
  • progeria;
  • prolactinoom;
  • pseudo-Cushing syndroom;
  • syndroom van Abderhalden–Kaufmann–Lignac;
  • syndroom van Alagille;
  • syndroom van Bruck;
  • syndroom van Cushing;
  • syndroom van Nélaton;
  • syndroom van Torg-Winchester;
  • syndroom van Turner;
  • syndroom van Werner;
  • te weinig lichaamsbeweging;
  • tekort aan het enzym 17,20-lyase;
  • tekort aan het enzym aromatase;
  • verbindweefseling van de lever door verstopping in de galkanaaltjes;
  • vitamine D-vergiftiging;
  • ziekte van Bechterew;
  • ziekte van Crohn;
  • ziekte van Cushing;
  • ziekte van Hers;
  • ziekte van Huntington;
  • ziekte van Kahler;
  • ziekte van Plummer;
  • ziekte van Pyle;
  • ziekte van Wilson.

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 24 november 2015
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 29 november 2016

Leave A Comment

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *