Wat is bloedvergiftiging (sepsis)?

Bloedvergiftiging is een infectie van het bloed die meestal wordt veroorzaakt door bacteriën. Hierdoor kunnen allerlei klachten ontstaan. Sepsis is een ernstige aandoening die zonder behandeling tot de dood kan leiden.

De medische naam voor bloedvergiftiging is ‘sepsis’.

Bloedvergiftiging symptomen

Bloedvergiftiging kan verschillende klachten veroorzaken. Hieronder een overzicht van klachten die op kunnen treden.

Andere klachten die op kunnen treden zijn:

  • zich niet lekker voelen
  • opgewonden
  • snel geïrriteerd of boos
  • hoofdpijn
  • lusteloos
  • geen trek in eten
  • lage lichaamstemperatuur
  • onrustig
  • warme huid
  • angst
  • licht gevoel in het hoofd
  • droge mond
  • schudden van het lichaam
  • buikpijn
  • braken
  • blauwpaarse huid
  • bleek gezicht
  • zwarte verkleuring van de vingertop

Oorzaken van bloedvergiftiging

Bloedvergiftiging ontstaat als iemand een infectie heeft. Dat kunnen allerlei verschillende infecties zijn, zoals een steenpuist, blaasontsteking, nierbekkenontsteking, longontsteking (pneumonie), hersenvliesontsteking (meningitis), etc. Meestal gaat het om een infectie door bacteriën. Heel soms kunnen ook schimmels, virussen of parasieten een bloedvergiftiging veroorzaken.

In de normale situatie zal het lichaam proberen de bacteriën op te ruimen. Dat gebeurt met behulp van witte bloedcellen. Die worden met het bloed naar de plaats van de infectie gebracht. Bij mensen met een verminderde weerstand werken de witte bloedcellen vaak niet goed. Zo krijgen de bacteriën de kans om zich te verspreiden. Zodra ze in het bloed terechtkomen en zich daar verder vermenigvuldigen ontstaat bloedvergiftiging (sepsis).

Er zijn verschillende soorten bacteriën die bloedvergiftiging kunnen veroorzaken. De aandoening wordt vaak genoemd naar de bacterie die de sepsis veroorzaakt, zoasl bijvoorbeeld:

  • bloedvergiftiging door meningococcen = meningococcensepsis
  • bloedvergiftiging door stafylococcen = stafylococcensepsis
  • etc.

De ernst van de sepsis is afhankelijk van ziekmakende eigenschappen van de bacterie (‘virulentie’) en de weerstand van de patiënt.

Cytokines

De bacteriën die de infectie veroorzaken dringen de bloedbaan binnen. Hierdoor ontstaat een afweerreactie waarbij bepaalde stoffen, zogenaamde cytokines, door het lichaam worden vrijgemaakt in de bloedbaan. Sommige van deze cytokines veroorzaken verwijding van de bloedvaten. Als dit soort cytokines in grote getalen worden aangemaakt kunnen de bloedvaten dusdanig verwijden dat de bloeddruk sterk daalt. In dat geval wordt gesproken van septische shock.

Risicofactoren voor het krijgen van sepsis

Sepsis (bloedvergiftiging) zal eerder ontstaan bij mensen met een verminderde weerstand. Er zijn verschillende redenen waarom de weerstand verminderd kan zijn, zoals:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Vaak zal een arts op grond van de klachten al denken aan bloedvergiftiging. Afwijkingen bij lichamelijk onderzoek en laboratoriumonderzoek kunnen helpen bij het stellen van de diagnose. Beeldvormend onderzoek wordt aangevraagd om een bron voor de bloedvergiftiging op te sporen, bijvoorbeeld een longontsteking.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek worden vaak een lage bloeddruk en een snelle hartslag gevonden. De lichaamstemperatuur kan zowel verhoogd als verlaagd zijn.

Laboratoriumonderzoek

Bij bloedonderzoek zijn de ontstekingswaarden meestal verhoogd. Dat betekent een verhoogde bloedbezinkingssnelheid, een verhoogde CRP-waarde en een verhoogd aantal witte bloedcellen in het bloed. Dit laatste wordt leukocytose genoemd. Vaak worden ook voorlopercellen van witte bloedcellen in het bloed aangetroffen. Dit wordt ‘linksverschuiving’ genoemd.

Urineonderzoek zal afwijkingen laten zien als de bron van de bacteriën in de urinewegen zit, bijvoorbeeld een nierbekkenontsteking.

Zoeken naar bron van infectie

De arts zal kijken of er een bron voor de bacteriën kan worden gevonden. Dus een infectie waarvanuit de bacteriën in het bloed kunnen komen.

Vaak zal het gaan om een longontsteking (pneumonie). Maar ook andere infecties kunnen worden gevonden, bijvoorbeeld een infectie van de huid (steenpuist, negenoog), nierbekkenontsteking, hersenvliesontsteking etc.

Het kan voorkomen dat er helemaal geen infectie wordt gevonden. Het is dan niet duidelijk waar de bacterie die in het bloed zit vandaan komt.

Om erachter te komen of een longontsteking de bron van de bacteriën is zal meestal een röntgenfoto van de borstkas worden gemaakt.

longontsteking op röntgenfoto als bron van bloedvergiftiging (sepsis)
longontsteking op röntgenfoto
Afnemen van bloedkweken

Om erachter te komen welke bacterie de bloedvergiftiging veroorzaakt worden bloedkweken afgenomen. Dat betekent dat bloed bij de patiënt wordt afgenomen. Dit bloed wordt vervolgens in een bacteriologisch laboratorium op kweek wordt gezet.

Het bloed voor de bloedkweken moet bij voorkeur worden afgenomen voordat de behandeling met antibiotica begint. Door behandeling met antibiotica neemt de kans om bacteriën te vinden namelijk af.

Als het bloed inderdaad bacteriën bevat zullen deze zich gaan vermenigvuldigen. Op het bacteriologisch laboratorium kan bepaald worden om welke bacterie het gaat.

Bepalen gevoeligheid bacterie voor antibiotica

Ook kan in het bacteriologisch laboratorium worden bepaald hoe gevoelig de bacterie is voor verschillende antibiotica. Dit gebeurt door de bacteriën te laten groeien op een voedingsbodem. Op de voedingsbodem worden ook kleine hoeveelheden van verschillende antibiotica aangebracht. Als een antibioticum goed werkt tegen de bacterie zullen de bacteriën die zich rond dat antibioticum bevinden afsterven. Dat is zichtbaar als een heldere plek rondom het antibioticum. Hoe groter de heldere plek, des te beter de werkzaamheid van het antibioticum.

bepalen gevoeligheid bacteriën voor antibiotica bij bloedvergiftiging (sepsis)
bepalen gevoeligheid bacteriën voor antibiotica

Wat is de behandeling?

De meeste mensen met een sepsis worden in het ziekenhuis behandeld. Vaak gebeurt dit door een internist, maar ook andere medisch specialisten kunnen betrokken zijn bij de behandeling van patiënten met bloedvergiftiging. Ernstige sepsis wordt vaak behandeld op een intensive care-afdeling.

In het ziekenhuis bestaat de behandeling bestaat uit antibiotica en toediening van vocht. Beiden worden met een infuus toegediend.

Antibiotica

Bloedvergiftiging wordt behandeld met antibiotica. Vaak is bij het begin van de behandeling nog niet precies bekend welke bacterie de bloedvergiftiging veroorzaakt. Dan zal de arts kiezen voor één of meer antibiotica die gericht zijn tegen meerdere bacteriën. Dergelijke antibiotica worden ‘breedspectrum antibiotica’ genoemd.

Om het antibioticum snel en direct bloot te stellen aan de bacteriën wordt het direct in de bloedbaan toegediend. Dat gebeurt via een infuus.

infuus met antibiotica bij sepsis (bloedvergiftiging)
infuus
Toediening van vocht

Omdat bloedvergiftiging kan leiden tot een sterke verlaging van de bloeddruk wordt vaak vocht toegediend. Net als de antibiotica wordt het vocht direct in de bloedbaan toegediend. Dit gebeurt via het infuus.

Geneesmiddelen om de bloeddruk te verhogen

Toediening van vocht zal vaak niet voldoende zijn om de bloeddruk te verhogen. In dat geval kunnen geneesmiddelen worden toegediend die helpen de bloeddruk te verhogen. Voorbeelden van dergelijke middelen zijn adrenaline, noradrenaline en dobutamine.

Overige

Als bepaalde organen slecht gaan werken vanwege de sepsis kan het nodig zijn de werking van die organen te ondersteunen. Zo kunnen mensen bij wie de nieren niet goed werken nierspoeling (hemodialyse) krijgen.

Bij patiënten die op de intensive care terechtkomen wordt vaak een centraal veneuze katheter ingebracht. Daarmee kan de arts metingen verrichten om de behandeling beter te sturen. Ook kunnen vloeistoffen en medicamenten worden toegediend en kan bloed worden afgenomen voor onderzoek.

Beloop en prognose

Bloedvergiftiging is een ernstige aandoening die zo snel mogelijk behandeld moet worden. Het is één van de meest voorkomende oorzaken van overlijden.

Een ernstige bloedvergiftiging kan leiden tot een zogenaamde ‘septische shock’. Daarbij is de bloeddruk zo laag geworden dat belangrijke organen in het lichaam te weinig bloed krijgen. Dat wordt ‘multi-orgaanfalen’ genoemd. Het is een levensbedreigende situatie die snel behandeld moet worden.

Bloedvergiftiging bij pasgeboren baby’s

Pasgeboren baby’s zijn gevoelig voor het krijgen van bloedvergiftiging omdat hun afweersysteem nog niet volledig ontwikkeld is.

De medische term voor bloedvergiftiging bij pasgeboren baby’s is ‘neonatale sepsis’. Neonatale sepsis is het voorkomen van bloedvergiftiging bij baby’s gedurende de eerste levensmaand.

Engelse vertaling

sepsis

Duitse vertaling

Sepsis, Blutvergiftung

ICD10-code

A41, R65


Ziektebeelden die sepsis kunnen geven

  • longontsteking (pneumonie) – 5.230
  • doorligwond (decubitus) – 2.696
  • ontsteking in de borstholte (mediastinitis) – 2.023
  • nierbekkenontsteking (acute pyelonefritis) – 906
  • tekort aan mannosebindend lectine (MBL-deficiëntie) – 538
  • ontsteking van de alvleesklier (acute pancreatitis) – 225
  • ontstoken keelamandelen (acute tonsillitis) – 158
  • kraamvrouwenkoorts (maternale sepsis) – 149
  • toxisch megacolon – 148
  • hidradenitis suppurativa – 136
  • gebruik van Avastin (bevacizumab) – 129
  • abces rond de nier (perirenaal abces) – 109
  • necrotiserende pancreatitis – 106
  • afsterven van nierpapillen (nierpapilnecrose) – 105
  • ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometritis) – 99
  • ontsteking van het hartzakje door bacterie (bacteriële pericarditis) – 96
  • gebruik van cisplatina – 77
  • wondroos (erysipelas) – 67
  • galgangontsteking (acute cholangitis) – 64
  • necrotiserende enterocolitis – 56
  • ontsteking van de galblaas (acute cholecystitis) – 54
  • gebruik van rituximab (MabThera) – 51
  • azijnzuurvergiftiging (azijnzuurintoxicatie) – 44
  • chronische ontsteking van de bijbal (chronische epididymitis) – 37
  • wondroos van het onderbeen (erysipelas van het onderbeen) – 37
  • nierbekkenontsteking met granulomen (xanthogranulomateuze pyelonefritis) – 37
  • ontsteking van de oogkas (cellulitis orbitae) – 36
  • cholesteatoom – 34
  • abces onder het middenrif (subfrenisch abces) – 32
  • abces rond de keelamandelen (peritonsillair abces) – 30
  • lymfebaanontsteking van de arm (lymfangitis) – 30
  • acute myeloïde leukemie – 29
  • etternier (pyonefrose) – 24
  • ontsteking van de prostaat door bacteriën (acute bacteriële prostatitis) – 23
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de voet (cellulitis van de voet) – 22
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van het onderbeen (cellulitis van het onderbeen) – 22
  • leverabces (pyogeen leverabces) – 19
  • wondroos van het gezicht (erysipelas van het gezicht) – 19
  • alvleesklierabces (pancreasabces) – 17
  • gaatje in de slokdarm (oesofagusperforatie) – 16
  • infectie van het onderhuidse vetweefsel door een vleesetende bacterie (necrotiserende fasciitis) – 16
  • lymfebaanontsteking van het been (lymfangitis van het been) – 15
  • wondroos van de penis (erysipelas van de penis) – 15
  • hand-voet-mondziekte – 15
  • gebruik van Humira (adalimumab) – 14
  • ontstoken tepel – 14
  • pseudocyste van de alvleesklier (pseudocyste van het pancreas) – 13
  • gangreen van Fournier (necrotiserende fasciitis van scrotum en perineum) – 12
  • ziekelijke neiging om aan de huid te pulken (dermatillomanie) – 12
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de hand (cellulitis van de hand) – 11
  • wondroos van de bil (erysipelas van de bil) – 11
  • hersenabces (cerebraal abces) – 11
  • middenoorontsteking (acute otitis media) – 11
  • fistel tussen grote lichaamsslagader en dunne darm (aortoduodenale fistel) – 10
  • infectie van het kaakgewricht (septische artritis temporomandibularis) – 10
  • nierabces – 10
  • trombose van de ader van de eierstok (V. ovarica trombose) – 8
  • wondroos van de arm (erysipelas van de arm) – 7
  • wondroos van het been (erysipelas van het been) – 7
  • wondroos van het bovenbeen (erysipelas van het bovenbeen) – 7
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de vinger (cellulitis van de vinger) – 7
  • noma (cancrum oris) – 7
  • gebruik van Zaltrap (aflibercept) – 6
  • syndroom van Lemierre – 6
  • kattenkrabziekte – 5
  • ontsteking van de schildklier door een bacterie (acute bacteriële thyreoïditis) – 5
  • ziekte van Lyell (toxische epidermale necrolyse) – 4
  • abces achter het buikvlies (retroperitoneaal abces) – 4
  • gebruik van lenalidomide (Revlimid) – 4
  • erysipeloïd – 4
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van het gezicht (cellulitis van het gezicht) – 4
  • ziekte van Weil (leptospirose) – 4
  • ontsteking van het onderhuidse bindweefsel van de teen (cellulitis van de teen) – 3
  • ziekte van Hirschsprung (congenitaal megacolon) – 3
  • infectie van de darm door cytomegalovirus (CMV-enteritis) – 3
  • gebruik van mycofenolaatmofetil (CellCept) – 3
  • gebruik van mycofenolzuur (Myfortic) – 3
  • gebruik van leflunomide (Arava) – 3
  • spierabcessen (pyomyositis) – 3
  • gescheurde slokdarm (oesofagusruptuur) – 2
  • gebruik van Cymevene (ganciclovir) – 2
  • descenderende necrotiserende mediastinitis – 2
  • OPSI – 1
  • roze ziekte (acrodynie) – 1
  • tropische malaria (malaria door Plasmodium falciparum) – 1
  • Hirschsprung-enterocolitis – 0,9
  • chronische granulomateuze ziekte – 0,8
  • paratyfus – 0,7
  • rattenbeetziekte (streptobacillose) – 0,7
  • ziekte van Ritter (dermatitis exfoliativa neonatorum) – 0,7
  • galactosemie (klassieke galactosemie) – 0,7
  • MERS (MERS-CoV infectie) – 0,7
  • syndroom van Ogilvie (idiopathische intestinale pseudo-obstructie) – 0,7
  • galactosemie (klassieke galactosemie) – 0,6
  • gebruik van Certican (everolimus) – 0,5
  • aangeboren afwezigheid van IgG-antilichamen in het bloed (X-gebonden agammaglobulinemie) – 0,5
  • Strongyloides hyperinfectie syndroom – 0,5
  • geslachtsgebonden chronische granulomateuze ziekte (X-gebonden chronische granulomateuze ziekte) – 0,4
  • infectie met de Capillaria-worm (capillariasis) – 0,3
  • abces in de dijbeenspieren (pyomyositis van de quadriceps) – 0,3
  • Brazilian purpuric fever – 0,3
  • NK-cellymfocytose – 0,3
  • ernstige gecombineerde immuundeficiëntie door DCLRE1C-deficiëntie (SCID – Athabaskantype) – 0,2
  • melioïdose – 0,2
  • ziekte van Degos (maligne atrofische papulose) – 0,2
  • IRAK-4 deficiëntie – 0,2
  • syndroom van Nezelof – 0,1
  • gebruik van tocilizumab (merknaam: RoActemra) – 0,1
  • cholera – 0,05
  • builenpest (Yersinia pestis-infectie) – 0,04
  • gebruik van Yervoy (ipilimumab) – 0,04
  • gebruik van nilotinib (Tasigna) – 0,03
  • gebruik van Levact (bendamustine) – 0,03
  • syndroom van Wiskott-Aldrich – 0,03
  • koortsaanvallen na tekenbeet (febris recurrens door Borrelia recurrentis) – 0,02
  • gebruik van Victrelis (boceprevir) – 0,02
  • koortsaanvallen na luizenbeet (febris recurrens door Borrelia duttoni) – 0,02
  • syndroom van Barth (3-methylglutaconacidurie type 2) – 0,01

Synoniemen voor bloedvergiftiging zijn sepsis, septicemie, septicaemie, systemisch inflammatoir respons syndroom, SIRS, infectie van het bloed en bloedinfectie.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 11 juli 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 4 december 2017

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *