Bijschildklieradenoom

Wat is een bijschildklieradenoom?

Een bijschildklieradenoom is een goedaardig gezwel van de bijschildklier.

Op de schildklier zitten vier kleine kliertjes. Dit zijn de bijschildklieren. De bijschildklieren maken een hormoon aan, het zogenaamde parathormoon (PTH). PTH speelt een belangrijke rol bij het regelen van de hoeveelheid calcium en fosfaat in ons bloed.

Bijschildklieradenomen maken vaak te veel parathormoon (PTH) aan. Dit hormoon zorgt ervoor dat calcium vrijkomt uit onze botten. Het leidt tot een verhoging van het calcium gehalte in het bloed. Dit wordt ‘hypercalciëmie‘ genoemd.

Een situatie waarin bijschildklieren teveel parathormoon uitscheiden heet ‘hyperparathyreoïdie‘. Bijschildklieradenomen kunnen dus leiden tot hyperparathyreoïdie.

Medische termen voor bijschildklieradenoom zijn ‘adenoom van de glandula parathyreoidea’ en ‘parathyroïdadenoom’.

Oorzaak

Bij de meeste mensen met deze aandoening is het onduidelijk waarom ze de ziekte krijgen. Bij sommige mensen met een bijschildklieradenoom is er sprake van een zeldzame erfelijke aandoening. Deze aandoening wordt ‘MEN-syndroom’ genoemd. ‘MEN’ staat voor ‘Multipele Endocriene Neoplasie’. Bij hen is er een afwijking in het DNA die ervoor zorgt dat ze gevoeliger zijn voor het krijgen van gezwellen (tumoren).

Symptomen

Veel mensen met een bijschildklieradenoom merken daar niks van. Bij sommige mensen met deze aandoening zal de aandoening wel tot klachten leiden. Dat kunnen heel uiteenlopende klachten zijn.

De volgende symptomen kunnen voorkomen:

  • hoge bloeddruk;
  • onverklaarde botbreuken;
  • nierstenen;
  • vaak plassen en/of veel plassen, met als gevolg veel dorst hebben en veel drinken;
  • moeheid, zich zwak voelen, slaperigheid en/of lusteloosheid;
  • psychische symptomen, zoals angst, depressiviteit, waandenkbeelden, afwijkend gedrag, verwardheid, snel gaan huilen, omgang met anderen vermijden, dingen zien die er niet zijn, veranderde persoonlijkheid, achterdochtig;
  • problemen met de stoelgang: darmverstopping;
  • botpijn en/of gewrichtspijn: pijn aan de elleboog, pijn aan de hand, pijn aan de heup, pijn aan de knie, pijn aan de enkel, pijn aan de voet, pijn aan de pols, pijn aan de schouder, pijn aan de tenen en/of pijn in de vinger(s);
  • achteruitgang in geestelijke vermogens: vergeetachtigheid, niet weten welke dag/datum het is, moeite met concentreren;
  • problemen met het bewustzijn: sufheid, verlies van bewustzijn, coma;
  • afwijkingen van het skelet: kleiner worden, klein voor de leeftijd of kleiner dan gemiddeld;
  • overige klachten, zoals misselijkheid, geen trek in eten, afvallen, kortademigheid, langzaam bewegen, onrustig, spierpijn, verstoord slaap-waak ritme, dubbel zien, minder kracht, moeite met lopen, moeite met praten, moeite om in evenwicht te blijven, vallen, niet bewegen, pijn boven in de buik, slecht zien met beide ogen, onscherp zien met één oog, tintelend of prikkelend gevoel in de handen, pijn in de rug, en jeuk.

Hoe vaak komt ‘t voor?

Bijschildklierhormonen komen redelijk vaak voor. Naar schatting wordt deze diagnose jaarlijks in Nederland bij zo’n 2.000-2.500 mensen gesteld.

Bij wie?

Bijschildklieradenomen komen vrijwel uitsluitend voor bij volwassenen. De meeste mensen zijn tussen de 40 en 70 jaar als de diagnose gesteld wordt.

De aandoening komt iets vaker voor bij vrouwen dan bij mannen.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Omdat de aandoening meestal geen klachten geeft wordt de diagnose vaak bij toeval ontdekt. Dat kan zijn als bij een keuring een te hoge bloeddruk wordt gemeten. Het kan ook zijn dat bij bloedonderzoek een te hoog calcium gehalte (hypercalciëmie) wordt vastgesteld. Bij sommige mensen ontstaan klachten door de hoge calciumspiegel. De arts kan in dat geval bloedonderzoek aanvragen om de calciumspiegel te controleren. Soms zal de aandoening aan het licht komen bij het maken van een röntgenfoto. Daarop is soms botontkalking zichtbaar.

De diagnose wordt meestal gesteld op grond van afwijkingen bij lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek en beeldvormend onderzoek.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek door de arts zal de bloeddruk vaak verhoogd zijn. Dit wordt ‘hypertensie’ genoemd.

Soms kan de arts in de hals een afwijking voelen.

Laboratoriumonderzoek

De meeste mensen met een bijschildklieradenoom hebben een verhoogd parathormoon (PTH) en een verhoogd calcium gehalte in het bloed. Het calcium gehalte in de urine is dan ook vaak verhoogd. Dit wordt ‘hypercalciurie’ genoemd.

Verder kan het fosfaat gehalte in het bloed verlaagd zijn. Dit wordt ‘hypofosfatemie’ genoemd.

Beeldvormend onderzoek

Zodra de arts vermoedt dat er sprake is van een bijschildklieradenoom zal beeldvormend onderzoek worden aangevraagd.

Echografie

Vaak zal in eerste instantie echografie van de hals worden gedaan. Hierbij is een adenoom van de schildklier vaak goed zichtbaar. Zie afbeelding hieronder.

bijschildklieradenoom op echografie
echografie (Bron: Dr Maulik S Patel, Radiopaedia.org)

Bijschildklieradenomen met een doorsnede van minder dan 1 cm zijn lastig te vinden met echografie. Hetzelfde geldt voor adenomen die niet direct naast de schildklier liggen.

Echo-doppler

Bij doppler-echografie kan een verhoogde bloeddoorstroming in het gebied van de schildklier worden gezien.

CT-scan / MRI-scan

Ook op een CT-scan of een MRI-scan zijn bijschildklieradenomen vaak goed zichtbaar.

Scintigrafie

Een ander onderzoek waarbij de aandoening in beeld kan worden gebracht is scintigrafie. Dit onderzoek wordt gedaan als het gezwel niet met echografie kan worden gevonden.

Bij sommige patiënten kan het bijschildklieradenoom verder van de schildklier af liggen. Zo wordt soms zelfs een bijschildklieradenoom in de borstholte (mediastinum) gevonden. Dat kan met scintigrafie worden ontdekt.

Botdichtheidsmeting

Omdat bijschildklieradenoom tot botontkalking kan leiden (zie hieronder) zal vaak een botdichtheidsmeting worden verricht. Zoals de naam al zegt wordt hierbij de dichtheid van het bot gemeten. Die is verlaagd bij mensen met botontkalking.

Behandeling

Behandeling van schildklieradenoom kan bestaan uit een operatie en/of medicijnen.

Operatie

In principe zal de behandeling bestaan uit het verwijderen van het bijschildklieradenoom. Een dergelijke operatie wordt ‘parathyroïdectomie’ genoemd, en wordt uitgevoerd door een chirurg.

bijschildklieradenoom verwijderd door parathyreoïdectomie
verwijderd bijschildklieradenoom (Bron: Dr Larian)

Bij deze operatie worden één of meer bijschildklieren verwijderd. Dat betekent dat het lichaam minder parathormoon kan aanmaken. Bij sommige patiënten zal daarom na de operatie een te laag PTH gehalte in het bloed ontstaan. Dit wordt ‘hypoparathyreoïdie’ genoemd.

Medicijnen

Soms kunnen of mogen patiënten om een of andere reden niet geopereerd worden. In dat geval zal de behandeling bestaan uit het verlagen van het calcium gehalte in het bloed.

Dat kan bijvoorbeeld door het plasmiddel furosemide te slikken, in combinatie met veel water drinken. Op dit manier wordt calcium namelijk uitgeplast. Daarmee zal het calcium gehalte in het bloed ook dalen.

Beloop en prognose

Schildklieradenomen zijn goed te behandelen. Bovendien zijn ze goedaardig. De levensverwachting van mensen met deze aandoening is daarom niet verminderd. Wel kunnen bij sommige patiënten complicaties ontstaan.

Complicaties

Schildklieradenoom kan tot verschillende complicaties leiden. Hieronder een overzicht:

Uitdroging

De verhoogde uitscheiding van parathormoon door het gezwel leidt tot een verhoogd calcium gehalte in het bloed. Het calcium in het bloed wordt uitgescheiden in de urine. Omdat calcium water aantrekt zal ook meer water worden uitgescheiden in de urine. Hierdoor ga je meer plassen. Het lichaam verlies hierdoor meer vocht dan normaal. Dit kan leiden tot uitdroging (dehydratie).

Nierstenen

Door het verhoogde calcium gehalte in het bloed komt meer calcium in de urine; dit kan leiden tot ophoping van kalk in de nieren, met als gevolg nierstenen;

Maagzweer & zweer van de dunne darm

Heel soms kunnen mensen met een bijschildklieradenoom een maagzweer of een zweer van de dunne darm krijgen;

Botontkalking (osteoporose)

De verhoogde uitscheiding van parathormoon (PTH) zorgt ervoor dat de afbraak van botweefsel omhoog gaat. Hierdoor gaat het calciumgehalte in het bloed omhoog, maar in de botten omlaag. Zo kan botontkalking ontstaan. Het risico hiervan is dat er makkelijk botbreuken kunnen ontstaan.

Engelse vertaling

parathyroid adenoma

Duitse vertaling

Adenom der Nebenschilddrüse

ICD10-code

D35.1

Verder lezen / Referenties

  • AD van Zuilen ea, ‘Een patiënte met een palpabele zwelling in de hals door een cysteus bijschildklieradenoom’, gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 1 mei 2004; 148(18): pagina’s 896-898.
  • C Marcocci & F Cetani, ‘Primary Hyperparathyroidism’, gepubliceerd in de rubriek ‘Clinical Practice’ van The New England Journal of Medicine van 22 December 2011; 365; 25: pagina’s 2389-2397.

Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 17 september 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 17 september 2017


Synoniemen voor schildklieradenoom zijn adenoom van de bijschildklier, adenoom van de glandula parathyreoidea, parathyreoïdaal adenoom en parathyroïdadenoom.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *