Auto-immuun lymfoproliferatief syndroom

Wat is het auto-immuun lymfoproliferatief syndroom?

Auto-immuun lymfoproliferatief syndroom – afgekort tot zowel ‘AILS’ als ‘ALPS’ – is een zeldzame aandoening waarbij door een foutje in het DNA bepaald soort witte bloedcellen, lymfocyten genaamd, abnormaal lang overleven. Dit leidt tot ophoping van lymfocyten in het lymfestelsel. De ziekte behoort daarom tot de zogenaamde lymfoproliferatieve aandoeningen.

De ophoping van lymfocyten leidt tot vergroting van de lymfeklieren (lymfadenopathie) en vaak ook vergroting van de lever (hepatomegalie) en vergroting van de milt (splenomegalie). De aandoening begint op de kinderleeftijd. AILS werd in 1967 voor het eerst beschreven door de amerikaanse kinderhematologen Dr Virginia Canale en Dr Carl Smith. Daarom wordt de aandoening ook wel het syndroom van Canale-Smith genoemd.

Dr Virginia Canale (1936-2005) beschreef als eerste het auto-immuun lymfoproliferatief syndroom.
Dr Virginia Canale (1936-2005) – bron: litfl.com

Hoe vaak komt het voor?

Auto-immuun lymfoproliferatief syndroom is een zeer zeldzame aandoening. Er zijn geen exacte cijfers beschikbaar over de incidentie (aantal nieuwe gevallen per jaar) en de prevalentie (aantal gevallen op een bepaald moment) van de aandoening. Wij schatten dat de aandoening in Nederland jaarlijks slechts één tot enkele malen wordt vastgesteld. De aandoening komt iets vaker voor bij jongens/mannen dan bij meisjes/vrouwen.

Wat is de oorzaak?

Auto-immuun lymfoproliferatief syndroom wordt veroorzaakt door een foutje in het DNA. Meestal gaat het om een stukje DNA op chromosoom 10. Dit stukje DNA wordt het FAS-gen genoemd. Het levert de blauwdruk voor het FAS-receptor. Dit is een eiwit dat aan het oppervlak van cellen zit. Als deze FAS-receptoren worden geactiveerd wordt een reeks van processen in de cel in gang gezet die leiden tot afbraak van de cel. Dit proces dat leidt dat afbraak van de cel zelf wordt apoptose of geprogrammeerde celdood genoemd. Door de mutatie van het FAS-gen is deze apoptose verstoord. Lymfocyten die normaal gesproken geprogrammeerde celdood zouden ondergaan blijven daardoor langer bestaan en gaan zich ophopen in het lymfestelsel. Dit leidt tot vergrote lymfeklieren, en vaak ook tot een vergrote lever en een vergrote milt.

Andere genen die betrokken kunnen zijn bij het ontstaan van de aandoening zijn het FASLG-gen op chromosoom 1 en het CASP10-gen op chromosoom 2. Een aantal patiënten heeft wel symptomen en ziekteverschijnselen passend bij AILS zonder dat er een afwijking in één van de bekende genen wordt gevonden. Zij hebben waarschijnlijk een afwijking (mutatie) in een nog onbekend gen dat betrokken is bij apoptose. Ook komt het voor dat mensen wel een afwijking in één van de genoemde genen hebben maar geen symptomen of ziekteverschijnselen van AILS. Daarom spelen andere factoren waarschijnlijk ook een rol bij het ontstaan van de aandoening.

Lymfocyten spelen een belangrijke rol in het afweersysteem van ons lichaam. De ophoping van lymfocyten bij mensen met auto-immuun lymfoproliferatief syndroom is mogelijk de oorzaak dat de aandoening gepaard kan leiden tot het ontstaan van auto-immuunziekten.

Hoe erft het over?

AILS erft meestal autosomaal dominant over. Dat betekent dat een afwijkend FAS-gen van slechts één van beide ouders hoeft te worden geërfd om de aandoening te krijgen. Bij een klein deel van de mensen met AILS is er sprake van autosomaal recessieve overerving. In dat geval moet van beide ouders een afwijkend gen worden geërfd om de ziekte te krijgen. De ouders zijn dan zelf meestal ‘drager’ van de aandoening. Ze zijn zelf gezond omdat ze naast een afwijkend FAS-gen ook nog een normaal FAS-gen hebben. Sommige mensen hebben deze ziekte niet verkregen door overerving. Bij hen is de afwijking in het DNA later gedurende het leven ontstaan.

Welke symptomen geeft het?

Het auto-immuun lymfoproliferatief syndroom leidt tot vergroting van de lymfeklieren (lymfadenopathie). Als het gaat om lymfeklieren die vlak onder de huid liggen is dit voelbaar als een bultje onder de huid. Dat kan voorkomen in de nek, de hals, de oksel en de lies. In het bloed kan het aantal bloedplaatjes verlaagd zijn. Dit wordt trombocytopenie genoemd. Trombocytopenie kan leiden tot een bloedingsneiging. Daarmee wordt bedoeld dat men snel gaat bloeden, snel blauwe plekken krijgt en na medische of tandheelkundige ingrepen kan nabloeden.

Naast symptomen die optreden door ophoping van lymfocyten kunnen ook symptomen en ziekteverschijnselen voorkomen die het gevolg zijn van auto-immuunziekten die optreden als complicatie van de aandoening. Voorbeelden hiervan zijn:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose kan worden vermoed op grond van de klachten, de bevindingen bij lichamelijk onderzoek en de resultaten van bloedonderzoek en beeldvormend onderzoek. De diagnose kan worden bevestigd door in het DNA de mutatie (afwijking) van het FAS-gen aan te tonen. Kijk voor meer informatie over het stellen van de diagnose op de webpagina over diagnostiek van AILS.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onder kan de lever palpabel zijn. Dat betekent dat de arts de lever onder de ribbenboog kan voelen. Dat betekent dat de lever vergroot is. Artsen spreken dan van hepatomegalie. Ook is soms linksboven in de buik de milt palpabel. In dat geval is ook de lever vergroot. Artsen spreken van splenomegalie.

Bloedonderzoek

Bij bloedonderzoek kan het aantal bloedplaatjes in het bloed verlaagd zijn. Artsen spreken in dat geval van trombopenie of trombocytopenie. Verder kan sprake zijn van bloedarmoede door afbraak van rode bloedcellen. Dit wordt hemolytische anemie genoemd.

Wat verder kan voorkomen bij mensen met deze aandoening zijn zogenaamde dubbelnegatieve T-cellen. Dat zijn T-cellen die noch CD4, noch CD8 op hun celmembraan tot expressie brengen.

Beeldvormend onderzoek

Op een CT-scan of een MRI-scan van de buik zijn zowel de lever als de milt vaak vergroot. Ook zijn vaak vergrote lymfeklieren zichtbaar bij de grote lichaamsslagader (para-aortale lymfeklieren), bij de lever en/of in het mesenterium.

Weefselonderzoek

Als nog niet duidelijk is welke aandoening de klachten veroorzaakt kan de arts besluiten een vergrote lymfeklier te verwijderen voor onderzoek. De lymfeklier wordt door een patholoog onder de microscoop onderzocht. Daarbij zijn afwijkingen zichtbaar maar die kunnen wijzen in de richting van het auto-immuun lymfoproliferatief syndroom. Het aantal lymfocyten in de lymfeklier is verhoogd. Hetzelfde kan gelden voor het aantal plasmacellen en het aantal histiocyten.

Wat is de behandeling?

Net als veel andere auto-immuunziekten wordt AILS behandeld met corticosteroïden en immunosuppressieve geneesmiddelen. Dat zijn geneesmiddelen die het afweersysteem onderdrukken. Voorbeelden hiervan zijn sirolimus en mycofenolaatmofetil. Een ander geneesmiddel dat soms wordt voorgeschreven is pyrimethamine. Dit middel bevordert de apoptose die bij mensen met auto-immuun proliferatief syndroom verstoord is. Andere behandelingen die met wisselend succes zijn toegepast zijn beenmergtransplantatie en splenectomie (operatieve verwijdering van de milt).

Beloop & prognose

Auto-immuun lymfoproliferatief syndroom is van zichzelf goedaardig. Het kan echter leiden tot kwaadaardige complicaties. Mensen met dit syndroom hebben namelijk een verhoogde kans op het krijgen van bepaalde vormen van kanker. Het gaat vooral om lymfeklierkanker (maligne lymfoom). Het kan zowel om de ziekte van Hodgkin gaan als om non-Hodgkin lymfomen. Maar ook andere vormen van kanker kunnen voorkomen, zoals bijvoorbeeld levercelkanker (hepatocellulair carcinoom). Daarnaast is er ook een verhoogd risico op het krijgen van andere auto-immuunziekten. Voorbeelden zijn auto-immuun hemolytische anemie en auto-immuun trombocytopenie. De levensverwachting is vooral afhankelijk van het al dan niet ontstaan van vormen van kanker.

Synoniemen

AILS, ALPS

Engelse vertaling

autoimmune lymphoproliferative syndrome, ALPS, Canale-Smith syndrome

Verder lezen / Referenties

Reacties van lotgenoten

Hieronder kun je reageren op dit artikel. Je kunt feedback geven op het artikel, vragen stellen en/of aanvullingen of adviezen geven. Andere lezers kunnen daar weer op reageren. Zo kan een levendige discussie ontstaan. Het is ook een manier om in contact te komen met andere mensen met auto-immuun lymfoproliferatief syndroom. Kijk eens op de webpagina over het syndroom van Eagle of de webpagina over slokdarmkramp (oesofagusspasme) om te zien hoe een online discussie zich kan ontwikkelen.

Reacties worden niet automatisch gepubliceerd. Dit gebeurt nadat ze door de redactie van Simpto.nl gezien zijn. Daar kan soms enige uren overheen gaan.

Plaats een reactie