Alfa1-antitrypsine deficiëntie

Wat is alfa1-antitrypsine deficiëntie?

Alfa1-antitrypsine deficiëntie is een zeldzame aangeboren ziekte waarbij een tekort aan het enzym alfa1-antitrypsine (AAT) kan leiden tot verschillende symptomen en complicaties, waaronder leverontsteking en longemfyseem. De aandoening wordt veroorzaakt door een foutje in het DNA.

Wat is de oorzaak?

De oorzaak van alfa1-antitrypsine deficiëntie is een foutje in het DNA. Het gaat om een stukje DNA op chromosoom 14. Dit stukje DNA wordt het SERPINA1-gen of ook wel het AAT-gen genoemd. Het levert de blauwdruk voor de aanmaak van alfa1-antitrypsine (AAT). Daarom wordt bij mensen met deze aandoening te weinig AAT aangemaakt door de lever.

Een tekort aan AAT kan leiden tot een toename van de hoeveelheid elastase. Elastase is een enzym dat elastine afbreekt. Elastine is een belangrijk onderdeel van longweefsel. Zo kan alfa1-antitrypsine deficiëntie leiden tot afbraak van longweefsel. Dit leidt tot longemfyseem. Het kan ook leiden tot een bepaalde vorm van leverontsteking (hepatitis). Als dit bij pasgeborenen optreedt kan dat aanleiding geven tot icterus prolongatus.

Alfa1-antitrypsine deficientie wordt autosomaal recessief overgeërfd. Dat betekent dat van beide ouders een afwijkend AAT-gen moet worden geërfd om de ziekte te krijgen.

Verschillende varianten

AAT wordt aangemaakt in de lever, en in mindere mate ook in de longen. De aanmaak van AAT wordt gestuurd door een gen dat op chromosoom 14 gelegen is. De normale variant van dit gen wordt PiM genoemd. Dat staat voor ‘protease-inhibitor M’. Afwijkende varianten, zoals PiZ en PiS, kunnen ertoe leiden dat te weinig AAT wordt aangemaakt. Dit kan leiden tot alfa1-antitrypsine deficiëntie.

In Nederland is PiZ de meest voorkomende afwijkende variant van het AAT-gen. Als beide genen die voor AAT coderen deze variant hebben is er sprake van een ernstige afla1-antitrypsine deficiëntie. Het gebrek aan AAT is namelijk ernstiger als beide genen die coderen voor AAT afwijkend zijn. Als er op het ene gen een afwijkende variant is, bijvoorbeeld PiZ, maar op het andere gen de normale PiM variant, dan is de normale variant van het gen in staat om voldoende AAT te produceren. Deze combinatie wordt aangegeven met PiMZ, en komt bij ongeveer 5% van de bevolking voor. De belangrijkste genotypen die gepaard gaan met ernstige klinische problemen zijn PiZZ (beide genen zijn afwijkend met de PiZ-variant), PiSZ (beide genen zijn afwijkend, één met de PiZ-variant en één met de PiS-variant) en Pi-nulvarianten. Deze ernstige vormen komen voor bij ongeveer één op de 1.200 mensen.

Hoe vaak komt het voor?

Alfa1-antitrypsine deficiëntie die leidt tot longemfyseem of levercirrose komt voor bij ongeveer 1 op de 1200 personen in Nederland.

Welke symptomen geeft het?

Alfa1-antitrypsine deficiëntie kan leiden tot longemfyseem en, minder vaak, tot levercirrose. Bij pasgeborenen kan alfa1-antitrypsine deficiëntie leiden tot leverontsteking.

  • Longemfyseem: ontstaat door het enzym elastase, dat vrijkomt bij bij een ontstekingsreactie in de longen, niet wordt afgebroken. Elastase kan schade aanbrengen aan longweefsel. Longemfyseem ontstaat bij rokers vaak al voor het veertigste jaar. Bij niet-rokers beginnen de klachten (vooral kortademigheid) vaak pas na het vijftigste jaar. Sommige mensen krijgen nooit klachten van de longen.
  • Levercirrose: ontstaat doordat afwijkend alfa1-antitrypsine zich opstapelt in levercellen, waardoor de levercellen hun werk niet meer goed kunnen doen.
  • Leverontsteking bij pasgeborenen: dit treedt bij 10-20% van de pasgeborenen met alfa1-antitrypsine deficiëntie op.

Rookverbod: Roken heeft een zeer slechte invloed op de longen van patiënten met alfa1-antitrypsine deficiëntie.

Engelse vertaling

alpha-I-antitrypsin deficiency

Synoniemen

AAT-deficientie, alfa1-antiproteasedeficiëntie

Plaats een reactie