AIDS

Bijgewerkt op 6 december 2023

Wat is AIDS?

AIDS is een ernstige ziekte die wordt veroorzaakt door infectie met het HIV-virus. De ziekte tast het afweersysteem aan waardoor allerlei infecties en zelfs tumoren kunnen optreden. Zonder behandeling krijgt ongeveer de helft van de mensen met een HIV-infectie binnen tien jaar AIDS. Sinds goede HIV-remmers beschikbaar zijn is het aantal mensen dat AIDS krijgt flink verminderd.

AIDS is een afkorting voor de engelse term Acquired ImmunoDeficiency Syndrome.

Hoe vaak komt het voor?

Vroeger, toen er nog geen behandeling was voor HIV-infectie, kreeg vrijwel iedereen met een HIV-infectie op den duur AIDS. Tegenwoordig is dat minder dan 10%. Daarmee is AIDS een zeldzame ziekte geworden. In Nederlands wordt jaarlijks bij zo’n 30-40 mensen de diagnose AIDS gesteld.

Wat is de oorzaak?

AIDS wordt veroorzaakt door infectie met het Human Immunodeficiency Virus (HIV). Dit virus tast het afweersysteem aan.

Besmetting

Overdracht van het virus gebeurt vooral via bloed en sperma. Speeksel, urine, zweet en moedermelk zijn waarschijnlijk niet of veel minder besmettelijk. Besmetting kan plaatsvinden bij prikken met besmette naalden door drugsgebruikers of door artsen of verpleegkundigen die zich per ongeluk prikken aan een gebruikte naald, door geslachtsgemeenschap (ook anaal) waarbij geen condoom wordt gebruikt, of door toediening van besmet bloed of bloedprodukten direkt in de bloedbaan. Dit laatste is in de jaren tachtig voorgekomen toen men nog niet precies wist hoe de ziekte AIDS werd overgedragen en er nog geen goede tests bestonden om het HIV-virus aan te tonen in bloed of bloedprodukten.

Overdracht aids Volgens een Australisch onderzoek zou besnijding beschermen tegen besmetting met het HIV-virus. Bij mannen is namelijk de meest waarschijnlijke plaats van besmetting de binnenkant van de voorhuid. Bij niet-besneden mannen bestaat de binnenkant van de voorhuid uit slijmvlies waar het HIV-virus vrij makkelijk het lichaam kan binnendringen. Bij besneden mannen is de voorhuid weggenomen en is de huidlaag van de eikel enigszins verhoornd en daardoor minder goed doorgankelijk voor het HIV-virus. De opening van de pisbuis is dan de meest kwetsbare plek voor besmetting.   Na besmetting met het HIV-virus komt het virus in contact met zogenaamde Langerhanscellen. Deze antigeen presenterende cellen fuseren vervolgens met nabijgelegen CD4-lymfocyten. Vervolgens verhuizen ze naar diepere weefsels. Twee dagen na de infectie kan het virus al aangetoond worden in de lymfeklieren van de lies.

Aantasting van het afweersysteem

Door de infectie met het HIV-virus wordt het afweersysteem aangetast. Bepaalde cellen van het afweersysteem, de zogenaamde T-cellen, worden door het virus geinfecteerd. Na infectie vermenigvuldigt het virus zich in de cel. Uiteindelijk leidt dit tot het openbreken van de celmembraan en het afsterven van de cel. Ongeveer één procent van de mensheid is immuun voor het hiv-virus. Dit is dankzij een defect gen. Dit gen produceert een afwijkende versie van het zogenaamde CCR5 eiwit. Juist deze afwijkende versie van het eiwit blijkt in staat om de werking van het HIV-virus te blokkeren.

Welke symptomen geeft het?

De volgende symptomen en complicaties kunnen optreden:

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose AIDS wordt gesteld als iemand (1) geinfecteerd is met het HIV-virus en (2) dientengevolge andere infecties of tumoren heeft gekregen. Een infectie met het HIV-virus kan in het bloed worden aangetoond. De infecties of tumoren die ten gevolge van de HIV-infectie optreden zijn bijvoorbeeld infectie van de longen met Pneumocystis jirovecii en het Kaposi sarcoom.

Ook wordt een definitie gebruikt die uitgaat van bepaalde bloedwaarden. Het gaat dan om een afname van het aantal zogenaamde CD4+ T-cellen. Als dit aantal onder een bepaalde waarde daalt wordt gesproken van AIDS.

Wat is het beloop?

Klachten ten gevolge van een verminderde afweer ontstaan vaak pas maanden of zelfs jaren na besmetting. Na infectie ontstaan soms klachten die lijken op een griepje. Gedurende de eerste maanden na de besmetting kan het virus nog niet worden aangetoond in het bloed. Er is echter wel reeds gevaar voor besmetting van anderen. Na besmetting met het virus kan het maanden tot jaren duren voordat AIDS ontstaat. Sommige mensen die met het virus geinfecteerd zijn krijgen nooit AIDS. Er bestaat ook nog een soort tussenvorm waarbij slechts een beperkt aantal klachten van AIDS optreden. Dit wordt wel ‘AIDS-related complex’ genoemd. AIDS Ongeveer 8% van de mensen met AIDS maken een periode met manie door. Hierbij treden vaak verschijnselen van dementering op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven