Wat is acute lymfatische leukemie (ALL)?

Acute lymfatische leukemie – vaak afgekort tot ALL – is een zeldzame ziekte waarbij zeer veel witte bloedcellen (leukocyten) worden aangemaakt in het beenmerg. Dit leidt vaak tot verdringing van andere celtypen in het beenmerg. Hierdoor raakt de aanmaak van rode bloedcellen (erytrocyten) verstoord. Dit leidt to bloedarmoede (anemie). Ook is de aanmaak van bloedplaatjes (trombocyten) vaak verstoord. Dit leidt tot een verlaagd aantal bloedplaatjes in het bloed. Dit wordt ‘trombocytopenie‘ of kortweg ‘trombopenie‘ genoemd.

ALL is een ernstige ziekte waarvoor altijd behandeling door een medisch specialist noodzakelijk is. ALL wordt behandeld door een (kinder)hematoloog. Hematologen zijn artsen die gespecialiseerd zijn in bloedziekten.

Hoe vaak komt ALL voor?

Acute lymfatische leukemie is een zeldzame ziekte. Jaarlijks wordt deze aandoening in Nederland bij zo’n 200 mensen vastgesteld.

Bij wie komt ALL voor?

De meeste patiënten met ALL zijn kinderen. De aandoening komt echter ook steeds meer voor bij volwassenen.

Oorzaak ALL

Het is al vele jaren bekend dat een bepaalde chromosoomafwijking regelmatig voorkomt bij mensen met ALL. Dit wordt het ‘Philadelphia chromosoom’ genoemd. De laatste tien jaar is veel bekend geworden over afwijkingen in het genetisch materiaal. Bij veel patiënten met ALL wordt een afwijking in het DNA gevonden. Er zijn dus kennelijk meerdere veranderingen in het DNA die aanleiding kunnen geven tot het ontstaan van ALL. Hier wordt momenteel onderzoek naar gedaan.

Symptomen ALL

De meest voorkomende klachten zijn:

  • Moeheid
  • Snel blauwe plekken
  • Bleek gezicht
  • Kortademigheid
  • Snel bloedend tandvlees
  • Nabloeden na chirurgische of tandheelkundige ingrepen
  • Verminderde weerstand waardoor regelmatig infecties optreden, bijvoorbeeld luchtweginfecties of infecties van het maagdarmkanaal

Hoe wordt de diagnose gesteld?

De diagnose wordt gesteld met behulp van bloedonderzoek en beenmergonderzoek.

Bloedonderzoek

In het bloed is het aantal rode bloedcellen is vaak verlaagd, waardoor bloedarmoede ontstaat. Het aantal bloedplaatjes is ook vaak verlaagd. Dit wordt ‘trombocytopenie’ of kortweg ‘trombopenie’ genoemd. Ook het aantal witte bloedcellen kan verlaagd zijn. Dit wordt ‘leukocytopenie’ of kortweg ‘leukopenie‘ genoemd. Omdat witte bloedcellen een belangrijke rol spelen bij het tegengaan van infecties kan een tekort leiden tot gevoeligheid voor infecties.

Het aantal voorlopercellen van lymfocyten is vaak sterk verhoogd in het bloed. Deze voorlopercellen worden ‘lymfoblasten’ genoemd.

acute lymfatische leukemie
acute lymfatische leukemie

Als bovenbeschreven afwijkingen in het bloed worden gevonden zal onderzoek van het beenmerg uit moeten wijzen wat precies de oorzaak hiervan is. De bloedcellen worden namelijk aangemaakt in het beenmerg.

Beenmergonderzoek

Onderzoek van het beenmerg gebeurt door middel van een beenmergpunctie. Hierbij wordt beenmerg afgenomen, meestal uit het bekken. Het beenmerg wordt onder de microscoop bekeken. Bij mensen met ALL wordt meestal een overmaat aan afwijkende witte bloedcellen in het beenmerg aangetroffen. Ook wordt gekeken of er afwijkende eiwitten op de cellen in het beenmerg worden aangetroffen.

Behandeling ALL

Behandeling voor acute lymfatische leukemie betekent meestal meerdere kuren met antikankermiddelen (chemotherapie) en – afhankelijk van de reactie hierop – soms ook een stamceltransplantatie. De behandeling kan meerdere jaren duren. Er wordt dan niet continu behandeld maar steeds een kuur met antikankermiddelen. Tijdens zo’n kuur wordt het beenmerg flink aangetast door de antikankermiddelen. Dit kan tot verschillende bijwerkingen leiden.

Een belangrijk middel bij de behandeling van ALL is asparaginase. Het voordeel van asparaginase is dat vrij nauwkeurig bekend is bij welke bloedspiegel het middel optimaal werkt. Dat betekent dat tijdens behandeling met asparaginase regelmatig bloed wordt geprikt om de bloedspiegel te bepalen. Afhankelijk van de bloedspiegel kan de dosering dan worden bijgesteld. Het aanpassen van de dosering op grond van de bloedspiegel wordt in het engels ‘therapeutic drug monitoring’ of kortweg TDM genoemd.

Beloop en prognose

Acute lymfatische leukemie is een ernstige ziekte waartegen gelukkig steeds betere behandelingen beschikbaar komen. De prognose is over het algemeen beter bij kinderen met deze ziekte dan bij volwassenen. Op de lange termijn zal ongeveer 85% van de kinderen met deze aandoening overleven. Bij volwassenen ligt dit percentage rond de 60%.

Het verschil in overleving tussen kinderen en volwassenen heeft enerzijds te maken met andere – meer intensieve – behandeling bij kinderen. Anderzijds heeft het ook te maken met het type genetische afwijkingen dat wordt gevonden. Bij volwassenen komt het bovengenoemde Philadelphia-chromosoom vaker voor. De aanwezigheid van deze afwijking gaat gepaard met een slechtere prognose.

Synoniemen voor acute lymfatische leukemie zijn ‘acute lymfoblastaire leukemie’ en ‘acute lymfoblastische leukemie’.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *