22q11-syndroom

Wat is het 22q11-syndroom?

Het 22q11-syndroom is een aangeboren aandoening waarbij een stukje van chromosoom 22 ontbreekt. Het syndroom kan tot veel verschillende symptomen en afwijkingen leiden.

Andere namen voor dit syndroom zijn 22q11-deletie syndroom, DiGeorge-syndroom, velocardiofaciaal syndroom en VCF-syndroom.

Het 22q11-syndroom behoort tot de zogenaamde microdeletiesyndromen.

Wat is de oorzaak?

Het 22q11-syndroom wordt veroorzaakt doordat een stukje van chromosoom 22 ontbreekt. Het ontbreken van een stukje van het chromosoom wordt ook wel ‘deletie’ genoemd. Het stukje dat ontbreekt zit op de de lange arm van chromosoom 22. Het betreffende gedeelte van het chromosoom dat ontbreekt zit op een stuk van de lange arm van chromosoom dat met ‘q11.2′ wordt aangeduid. Vandaar dat de volledige naam voor de aandoening ’22q11.2-deletie syndroom’ is.

Iemand kan de afwijking van chromosoom 22 hebben geërfd. Het gaat dan om zogenaamde ‘dominante overerving’. Dat betekent dat één van beide ouders de afwijkingen moet hebben doorgegeven aan het kind.

De meeste kinderen met het syndroom hebben de afwijking echter niet van één van de ouders geërfd. Bij hen is de afwijking vanzelf ontstaan tijdens de bevruchting van de eicel door de zaadcel. Er wordt dan gesproken van een ‘spontane afwijking’ of een ‘spontane mutatie’. Dit is bij ongeveer 90% van de mensen met dit syndroom het geval. Dus slechts 10% heeft de aandoening van één van de ouders geërfd.

Gevolg van het ontbreken van een stukje DNA

Het stukje DNA dat ontbreekt bij mensen met het 22q11-syndroom speelt een belangrijke rol tijdens de ontwikkeling van het ongeboren kind. Door het ontbreken van dit stukje DNA worden de zogenaamde derde en vierde kieuwboog van het embryo verkeerd aangelegd. Uit de derde en vierde kieuwboog ontstaan onder andere de grote bloedvaten, de zwezerik (thymus), de bijschildklieren en het gezicht.

Symptomen en Afwijkingen

Mensen met het 22q11-syndroom kunnen veel verschillende klachten en afwijkingen hebben. Klachten en afwijkingen zijn ook niet bij iedereen met het syndroom hetzelfde.

De volgende symptomen en afwijkingen kunnen voorkomen:

Afwijking aan het gehemelte

Er kan sprake zijn van een gespleten lip en een gespleten gehemelte. Een gespleten gehemelte kan snel worden vastgesteld door de arts. Het wordt lastiger als er sprake is van een gespleten gehemelte waar gewoon slijmvlies overheen zit.

Door de afwijking aan het gehemelte zijn er vaak problemen bij de borstvoeding. Veel kindjes geven tijdens de borstvoeding regelmatig moedermelk op via de neus.

Ook zorgen de afwijkingen aan het gehemelte ervoor dat iemand ‘door de neus praat’. Dit wordt ‘nasale spraak‘ genoemd.

Verstandelijke beperking

Ongeveer 40% van de kinderen met dit syndroom heeft een verstandelijke beperking. Het gevolg is vaak dat er problemen zijn om mee te komen op school.

Verstopping buis van Eustachius

Doordat de buis van Eustachius vernauwd kan zijn zullen sommige kinderen vaak middenoorontsteking hebben.

Luchtweginfecties

Kinderen met 22q11-syndroom hebben vaak een verminderde weerstand. Dat leidt regelmatig tot infecties van de luchtwegen, bijvoorbeeld keelontsteking of neusbijholteontsteking. Door de verstopte neus die daardoor kan optreden kunnen kinderen door de mond gaan ademhalen.

De verminderde weerstand kan worden veroorzaakt doordat de zwezerik (thymus) niet of onvoldoende is aangelegd.

Aangeboren hartafwijking

Ruim de helft van de kinderen met 22q11-syndroom heeft een aangeboren afwijking van het hart of de grote vaten rond het hart. De meest voorkomende afwijkingen zijn:

  • gaatje tussen linker en rechter hartkamer (ventrikelseptumdefect)
  • rechtszijdige aortaboog
  • tetralogie van Fallot
  • afwijkend verloop van de ondersleutelbeenslagader (arteria subclavia)
Psychische klachten

Bij 25-30% van de mensen met 22q11-syndroom wordt een psychische aandoening vastgesteld. Vaak gebeurt dat tijdens de puberteit of op jongvolwassen leeftijd.

Meestal komen psychotische klachten voor die passen bij schizofrenie. Soms worden andere diagnosen gesteld, zoals schizoaffectieve stoornis.

Afwijkingen aan de wervelkolom

Bij ongeveer 1 op de 5 mensen met 22q11-syndroom is sprake van een zijwaartse verkromming van de wervelkolom (scoliose).

scoliose (zijwaartse kromming van de wervelkolom) bij 22q11-syndroom

Verder zijn vaak afwijkingen aan de nekwervels zichtbaar op een röntgenfoto.

Slecht werkende bijschildklieren

Net als de zwezerik kunnen bij mensen met dit syndroom ook de bijschildklieren niet of onvoldoende aangelegd zijn. Dit leidt tot hypoparathyreoïdie. Dat is een toestand waarbij onvoldoende bijschildklierhormoon wordt aangemaakt.

Hypoparathyreoïdie leidt tot een verlaging van het calcium gehalte in het bloed. Dit wordt ‘hypocalciëmie‘ genoemd. Hypocalciëmie kan toevallen veroorzaken. Zo kunnen mensen met 22q11-syndroom een epileptische aanval krijgen.

Een uitgebreid overzicht van symptomen en afwijkingen die kunnen voorkomen staat in de appendix onderaan deze webpagina.

Hoe wordt de diagnose gesteld?

Als bij een pasgeboren baby afwijkingen worden gezien zal een kinderarts geraadpleegd worden. De kinderarts zal lichamelijk onderzoek doen. Als daarbij afwijkingen worden gevonden zal de kinderarts beoordelen of deze passen bij een bepaald syndroom. Als dat het geval is kan nader onderzoek worden gedaan. Zo zal meestal bloedonderzoek en/of beeldvormend onderzoek worden verricht.

Om de diagnose te bevestigen wordt genetisch onderzoek gedaan. Hierbij wordt het ontbreken van een stukje DNA van de lange arm van chromosoom 22 vastgesteld.

Het is lang niet altijd zo dat de aandoening al bij pasgeboren baby’s wordt ontdekt. Dat hangt af van de aard van de afwijkingen die optreden. Meestal wordt de diagnose op de kinderleeftijd gesteld. Als er weinig symptomen en afwijkingen zijn kan het voorkomen dat de diagnose pas op volwassen leeftijd wordt gesteld.

Lichamelijk onderzoek

Bij lichamelijk onderzoek van de pasgeboren baby kan een gespleten lip en/of gespleten gehemelte opvallen.

Andere kenmerkende afwijkingen in het gezicht worden vaak pas later duidelijk.

Kinderen bij wie de bijschildklieren niet of onvoldoende zijn aangelegd hebben meestal een verlaagd calcium gehalte in het bloed. Om dat op het spoor te komen kan de arts bij lichamelijk onderzoek aanwijzingen vinden. De spierpeesreflexen kunnen versterkt zijn. Ook kunnen het zogenaamde ‘teken van Chvostek’ en het ‘teken van Trousseau’ aanwezig zijn.

Laboratoriumonderzoek

Behalve de bovenbeschreven afwijkingen zijn soms ook afwijkingen in het bloed aanwezig. De volgende afwijkingen kunnen voorkomen:

Beeldvormend onderzoek

Soms kan vóór de geboorte al op een zwangerschapsecho een gespleten lip en/of gehemelte worden gezien. Op dat moment is dan nog niet duidelijk dat het om het 22q11-syndroom gaat.

Bij kinderen zal vaak ook een röntgenfoto van de wervelkolom worden gemaakt. Dit wordt gedaan om te beoordelen of er sprake is van een scoliose.

Genetisch onderzoek

Omdat bij kinderen met het 22q11-syndroom een afwijking van de chromosomen aanwezig kan de diagnose met chromosomenonderzoek worden bevestigd.

Wat is de behandeling?

Er bestaat geen behandeling waarmee het 22q11-syndroom kan worden genezen. De aanpak bestaat daarom uit het behandelen van de klachten en afwijkingen die zich voordoen. Die kunnen voor elk patiëntje met dit syndroom anders zijn.

De behandeling van kinderen met 22q11-syndroom wordt gedaan door een team van artsen. De eerste behandelaar is meestal een kinderarts. Afhankelijk van de klachten en afwijkingen die optreden kunnen ook andere behandelaars deel uitmaken van het team, zoals een plastisch chirurg, een KNO-arts, een kindercardioloog, een orthopedische chirurg, een logopedist, een psycholoog, en een tandarts.

In het UMC Utrecht bevindt zich een speciale polikliniek voor kinderen met 22q11-syndroom.

Operatie aan het gehemelte

Een gespleten gehemelte kan met een operatie dichtgemaakt worden. Een dergelijke operatie wordt ‘faryngoplastiek’ genoemd. Na zo’n operatie zal het praten beter gaan.

Operatie aan het hart

Als er sprake is van een aangeboren hartafwijking zal dat ook vaak met een operatie worden behandeld.

Behandeling scoliose

Het is van belang om kinderen met een zijwaartse verkromming van de wervelkolom tijdig te behandelen. De kromming van de wervelkolom kan namelijk snel toenemen.

Logopedie

Kinderen die laat gaan praten of ‘door de neus’ praten kunnen logopedie krijgen.

Hoe vaak komt het voor?

22q11-syndroom is een zeldzame aandoening. Jaarlijks wordt deze aandoening in Nederland zo’n 50 keer vastgesteld.

Binnen de groep van ziektebeelden waarbij een (stukje) chromosoom ontbreekt is 22q11-syndroom de op één na meest voorkomende aandoening. De meest voorkomende is het syndroom van Down (trisomie 21).

Engelse vertaling

DiGeorge syndrome, velocardiofacial syndrome, 22q11.2 deletion syndrome

ICD10-code

D82.1

Historie

In 1965 werd door de italiaans-amerikaanse kinderendocrinoloog Dr Angelo DiGeorge een verband gelegd tussen het optreden van een onvoldoende aangelegde zwezerik en aangeboren hypoparathyreoïdie bij jonge kinderen.

syndroom van DiGeorge (22q11-syndroom) - naamgever Dr Angelo DiGeorge
Dr Angelo DiGeorge (1921-2009)

In 1972 werd door Freedom een syndroom beschreven waarbij ook aangeboren hartafwijkingen en afwijkingen in het gelaat en het gehemelte voorkwamen.

In 1978 werd een soortgelijk syndroom beschreven door de amerikaanse KNO-arts Dr RJ Shprintzen. In de beschrijving van Shprintzen wordt het syndroom ‘velo-cardio-faciaal syndroom’ genoemd.

Dr RJ Shprintzen - ontdekker 22q11-syndroom
Professor RJ Shprintzen

Lange tijd werd gedacht dat het DiGeorge-syndroom, het Shprintzen-syndroom (velocardiofaciaal syndroom) en het Takao-syndroom verschillende aandoeningen waren. Sinds bekend is dat al deze syndromen dezelfde onderliggende afwijking hebben – namelijk het ontbreken van een stukje DNA op de lange arm van chromosoom 22 – wordt gesproken van het ’22q11-deletiesyndroom’, of kortweg ’22q11-syndroom’.


Verder lezen / Referenties

  • RJ Shprintzen ea, ‘A new syndrome involving cleft palate, cardia anomalies, typical facies, and learning disabilities: velo-cardio-facial syndrome.’ gepubliceerd in ‘Cleft Palate Journal’ van 1978; 15: pagina’s 56-62.
  • DA Lie ea, ‘Drie kinderen met velocardiofaciaal (Shprintzen-)syndroom’, gepubliceerd in de rubriek ‘Casuïstische mededelingen’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 17 februari 1996; 140(7): pagina’s 372-375.
  • JAS Vorstman ea, ‘Een uvula bifida bij een patiënte met schizofrenie als taken van het 22q11-deletiesyndroom’, gepubliceerd in de rubriek ‘Casuïstische mededelingen’ van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde van 26 oktober 2002; 146(43): pagina’s 2033-2036.

Appendix – Symptomen & Afwijkingen

Hieronder een uitgebreid overzicht van symptomen en afwijkingen die voor kunnen komen bij het 22q11-syndroom.

laag IQ
aangeboren hartafwijking
moeite met leren
voeding (eten of drinken) komt via de neus naar buiten
thymushypoplasie
geen of heel kleine borsten
door de neus praten
aangeboren afwijking aan de grote lichaamsslagader (aorta)
ruisje aan het hart
moeite met praten
verlaagd calcium gehalte in het bloed (hypocalciëmie)
verlaagd parathormoon (PTH) gehalte in het bloed
ogen staan wijd uit elkaar
zelfde klachten of afwijkingen komen in de familie voor
afwijkingen aan de wervels
angststoornis
afwijkingen aan de nekwervels (cervicale wervels)
onduidelijk praten
laat met gaan praten
bolle neuspunt
gespleten gehemelte (palatumspleet)
afwijkende vorm van het gezicht
verstandelijke beperking
autisme
hoog gehemelte (hoog palatum)
kleine mond
kleine oren
laagstaande oren
moeite met de borstvoeding
ogen staan wijd uit elkaar
teruggetrokken kin
verminderde weerstand
scoliose
slecht werkende bijnieren (bijnierschorsinsufficientie, bijnierschorssuppressie)
ADHD
velumparese (parese van het velum palatinum)
schizofrenie
slecht werkende bijschildklieren (hypoparathyreoïdie, verworven hypoparathyreoïdie)
platvoeten
gespleten gehemelte
depressie
platvoeten
afwijkingen aan het gebit
niet aangelegde bijschildklieren
verlaagd aantal bloedplaatjes in het bloed (trombocytopenie)
zijwaartse kromming van de wervelkolom (scoliose)
grote afstand tussen neus en bovenlip
laat met gaan lopen
laat met gaan staan
tetralogie van Fallot
gezwollen gezicht
gespleten huig (bifide uvula)
laat met gaan zitten
denken dat je achtervolgd of bespioneerd wordt
onderbroken aortaboog (interruptie van de aortaboog)
spierhypotonie
laat met omrollen
autismespectrumstoornis / autisme
syndroom van DiGeorge komt in de familie voor
epicanthusplooi
nauwe uitwendige gehoorgang
klompvoeten
ademen door de mond
afstaande oren
kleine ogen
laat met gaan kruipen
ruisje aan het hart
gaatje tussen de kamers van het hart (ventrikelseptumdefect, VSD)
oren aan de conchae omgevouwen
smalle oogspleet / smalle oogespleten
vreemd gedrag
zwelling van de bovenste oogleden = volle bovenste oogleden
kleine neusvleugels
zijwaartse kromming van de wervelkolom
stemmen horen
depressief
velofaryngeale insufficientie
boezemflutter (boezemfladderen, atriumflutter)
jeugdreuma (juveniele artritis, juveniele idiopathische artritis, juveniele reumatoïde artritis, juveniele chronische artritis)
te langzaam werkende schildklier (hypothyreoïdie)
te snel werkende schildklier (hyperthyreoïdie, thyrotoxicose)
kleine neusvleugels
submuceuze gehemeltespleet
volle bovenste oogleden
posterieur embryotoxon
tortuositas van retinale vaten
gespleten bovenlip
oren staan naar achteren gedraaid
scheel kijken
oorontsteking (middenoorontsteking, otitis media, oorinfectie)
vlinderwervels
minder kracht in de gezichtsspieren (hypotonie van de gelaatsspieren)
verlaagd aantal CD4+ T-lymfocyten
broers of zussen met een erfelijke ziekte
ouder met het syndroom van DiGeorge
klompvoeten
truncus arteriosus
lang hoofd
snel huilen / snel gaan huilen
spierkramp in de arm
moeite met ademhalen
lusteloosheid
moeheid
gespleten huig
bloedend tandvlees
polydactylie
wisselende stemming
dingen zien die er niet zijn
slecht werkende nieren (nierfalen)
broer of zus met het syndroom van DiGeorge
kramp of krampende pijn in het been
broef of zus met syndroom van DiGeorge (22q11-deletiesyndroom)
stuiptrekkingen
vlakke wangen
uitdrukkingsloos gezicht
klein voor de leeftijd
klein voor de leeftijd
denken dat je gedachten gelezen kunnen worden
extra vinger
psychose
verlaagd groeihormoon (GH) gehalte in het bloed
blauw oogwit
niet aangelegde nier
cysten in de nieren (niercysten, cystenieren)
waternier (nierstuwing, stuwingsnier, waterzaknier, hydronefrose, urinestase)
bloedstollingsstoornis
afwijking aan de anus
niet aangelegde nier (renale agenesie)
kleine gele vlek
bloedneus
kramp of krampende pijn in beide benen
gekronkelde retinavaten
geen PTH detecteerbaar
afhangende bovenoogleden
hoog voorhoofd
kleiner dan gemiddeld
ogen lopen naar de buitenkant iets naar boven
spontaan bewegen van armen en benen
vroegtijdig overlijden
epilepsie
staar (cataract)
extra teen
coloboom
bloedverlies uit de vagina
aanhoudend of overmatig bloeden
blauwe plekken
systeemverdubbeling
bloed braken
ophoesten van bloed of bloederig slijm
zwarte ontlasting


Synoniemen voor 22q11-syndroom zijn 22q11.2-deletiesyndroom, 22q11DS, DiGeorge sequentie, 22q11 deletie syndroom, DiGeorge syndroom, velo-cardio-faciaal syndroom, VCFS, syndroom van Shprintzen, deletie 22q11-syndroom, velocardiofaciaal syndroom, velo-cardio-faciaal syndroom, VCF-syndroom, Shprintzen-syndroom, conotruncal-anomaly-face-syndroom, CATCH22-syndroom, 22q11.2-deletie-gerelateerd syndroom, 22q11, 22q11-microdeletie, en 22q11 deletie.


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 19 juli 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 19 juli 2017


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe jouw reactie gegevens worden verwerkt.