Wat zijn SGLT2-remmers?

SGLT2-remmers zijn geneesmiddelen voor de behandeling van suikerziekte. Ze verlagen het bloedsuikergehalte door de uitscheiding van glucose met de urine te verhogen. Deze middelen worden ‘SGLT2-remmers’ genoemd vanwege hun werkingsmechanisme (zie hieronder). Vanwege de stofnamen van deze middelen, die allen eindigen op ‘…gliflozine’, worden ze ook wel ‘gliflozines’ genoemd.

Dit artikel gaat over de verschillende SGLT2-remmers, hoe ze werken, en welke bijwerkingen ze kunnen geven.


Welke SGLT2-remmers zijn er?

De volgende middelen die behoren tot de groep van de SGLT2-remmers zijn in Nederland op de markt:

Andere middelen uit deze groep zijn:

  • ipragliflozine (merknaam: Suglat);
  • luseogliflozine (merknaam: Lusefi);
  • remogliflozine etabonaat: dit middel is in India op de markt;
  • sergliflozine: dit middel heeft de markt nooit bereikt;
  • sotagliflozine (merknaam: Zynquista);
  • tofogliflozine (merknamen: Apleway, Deberza).

Hoe werken SGLT2-remmers?

SGLT2-remmers blokkeren een structuurtje in de celwand van cellen in de nieren. Dit structuurtje wordt in het engels ‘Sodium GLucose Transporter 2‘, oftewel ‘SGLT2’ genoemd. SGLT2 zorgt ervoor dat glucose dat in de urine wordt uitgescheiden weer wordt opgenomen in de cellen van de nierbuisjes. Het glucose blijft daardoor aanwezig in het lichaam. Door SGLT2 te remmen zal minder glucose vanuit de urine worden heropgenomen in de cellen van de nierbuisjes. Er wordt dus meer glucose uitgescheiden via de urine. Het glucose gehalte van het bloed zal daardoor dalen.

Naast verlaging van het bloedsuikergehalte hebben SGLT2-remmers nog andere gunstige effecten. Zo helpen ze om af te vallen en hebben ze een gunstig effect op de bloeddruk.


Bij welke aandoeningen?

SGLT2-remmers worden gebruikt bij de behandeling van type 2 diabetes. Meestal worden ze pas voorgeschreven als andere middelen, zoals bijvoorbeeld metformine, niet of onvoldoende werken.


Welke bijwerkingen zijn er?

Net zoals bij andere medicijnen zullen SGLT2-remmers bijwerkingen veroorzaken. Zo kan de toename van de uitscheiding van glucose in de urine leiden tot urineweginfecties en infecties van de geslachtsorganen. Bepaalde schimmels groeien namelijk beter onder omstandigheden waar veel glucose aanwezig is.

Vanwege het werkingsmechanisme zal het glucose gehalte van de urine verhoogd zijn. Dit wordt glucosurie genoemd. Soms kan het glucose gehalte in het bloed te ver dalen. Dan wordt gesproken van hypoglycemie, of kortweg ‘hypo’.

Er zijn ook aanwijzingen dat SGLT2-remmers de kans op het ontstaan van ketoacidose verhogen. Hetzelfde geldt voor het ontstaan van gangreen van Fournier. Ook zou er een verhoogd risico op het krijgen van botontkalking zijn.


Andere talen

Engelse vertaling

SGLT2 inhibitors, gliflozines