Geneesmiddelen

Bijgewerkt op 26 september 2022 door Simpto.nl

Wat is een geneesmiddel?

Een geneesmiddel (= medicijn) is een product dat, na toediening aan het menselijk lichaam, een geneeskrachtige werking heeft.

Waar bestaat een geneesmiddel uit?

Een geneesmiddel bestaat uit:

  • Actieve geneeskrachtige stof – dit is een chemische stof met een geneeskrachtige werking, bijvoorbeeld ‘methylfenidaat’ (merknaam: Ritalin) is een chemische stof die werkzaam is tegen ADHD;
chemische structuur van het geneesmiddel methylfenidaat
chemische structuur van het geneesmiddel methylfenidaat
  • Hulpstoffen – dit zijn stoffen die ervoor zorgen dat de actieve geneeskrachtige stof op de juiste manier toegediend kan worden, bijvoorbeeld als tablet. Dus Ritalin tabletten bevatten, naast methylfenidaat nog andere stoffen.

Welke soorten geneesmiddelen zijn er?

Geneesmiddelen – of ‘medicijnen’ – zijn producten die worden gebruikt om een ziekte te behandelen. Het zijn chemische stoffen die op verschillende manieren kunnen worden toegediend.

Er wordt onderscheid gemaakt tussen ‘receptplichtige’ en ‘niet-receptplichtige’ geneesmiddelen. Voor gebruik van receptplichtige geneesmiddelen is een recept van een arts nodig. Receptplichtige geneesmiddelen worden alleen door een apotheek of een apotheekhoudende huisarts verstrekt. Niet-receptplichtige geneesmiddelen kunnen zonder recept bij een drogisterij worden gekocht.

geneesmiddelen
apotheek

Toediening van geneesmiddelen

Veel geneesmiddelen worden als tablet of capsule of drank ingenomen via de mond en doorgeslikt. Het geneesmiddel wordt dan vooral via de dunne darm opgenomen in het bloed en vervolgens door het hele lichaam verspreid. Dan zijn er ook tabletjes die onder de tong worden gelegd. Het geneesmiddel wordt dan via het slijmvlies onder de tong opgenomen in het bloed. Het voordeel is dat het geneesmiddel dan niet in de maag door maagzuur kan worden afgebroken. Andere middelen worden geïnhaleerd. Dat betekent dat ze als spray worden ingeademen en vervolgens met de ingeademde lucht mee de longen in worden gevoerd. Daar kunnen ze hun werking uitoefenen. Deze inhalatiemedicijnen worden daarom meestal gebruikt bij de behandeling van longaandoeningen, zoals COPD en astma. Dan zijn er geneesmiddelen die direct in een bloedvat worden toegediend. Hieronder een overzicht van de verschillende toedieningsroutes:

  • intraoculair – toediening van een geneesmiddel via een injectie in het oog;
  • intrathecaal – toediening van een geneesmiddel in de ruimte rond het ruggenmerg;
  • intraveneus – toediening door het geneesmiddel direct in een bloedvat (ader) in te spuiten; dat gebeurt met een injectie of een infuus;
  • oraal – inname via de mond om vervolgens door te slikken, bijvoorbeeld tabletten, capsules, omhulde tabletten;
  • per inhalatie – inname door inademing van aerosol (piepkleine druppeltjes) of poeder;
  • subcutaan – toediening van een geneesmiddel via een injectie onder de huid, bijvoorbeeld bij insuline-injecties;
  • transdermaal – toediening van een geneesmiddel door opname via de huid.

Hoe werken geneesmiddelen?

De werking van medicijnen kan op verschillende manieren plaatsvinden. Er zijn medicijnen die direct inwerken op de plaats waar ze worden toegediend. Zo zijn er geneesmiddelen tegen brandend maagzuur en refluxziekte die direct in de slokdarm en de maag het maagzuur neutraliseren. Dit worden antacida genoemd. Veel medicijnen werken echter indirect doordat ze de werking van bepaalde cellen in het lichaam beïnvloeden. Zo zijn er ook middelen tegen maagzuur die niet het maagzuur zelf neutraliseren maar aangrijpen op de cellen in de maag die maagzuur produceren. Ze remmen dus de aanmaak van maagzuur door te binden aan bepaalde structuren op deze cellen. Dit worden ‘protonpompremmers‘ genoemd.

Hoe verlaten geneesmiddelen ons lichaam?

Medicijnen worden net als de meeste stoffen in onze voeding eerst opgenomen in het bloed. Vanuit het bloed zullen ze terecht komen in de organen, waaronder de lever en de nieren. Sommige medicijnen worden direct uitgescheiden door de nieren. Dat betekent dat ze in de urine terechtkomen en worden uitgeplast. Andere middelen zullen eerst in de lever worden omgezet naar een andere chemische stof. Vervolgens kunnen ze in de gal worden uitgescheiden. Gal komt via de galblaas en de galwegen terecht in de dunne darm en wordt dan via de poep uitgescheiden. Ook zijn er medicijnen die pas na omzetting in de lever kunnen worden uitgescheiden in de urine, dus door de nieren.

Plaats een reactie