Wat is epoëtine?

Epoëtine is een medicijn dat de aanmaak van rode bloedcellen in het beenmerg bevordert.

Epoëtine is dezelfde stof als het hormoon erytropoëtine. Erytropoëtine wordt in ons lichaam aangemaakt in de nieren. Via het bloed komt het terecht in het beenmerg. Daar bevordert het de aanmaak van rode bloedcellen.

Erytropoëtine die langs biotechnologische weg wordt geproduceerd wordt recombinant humaan erytropoëtine (rhEPO) of epoëtine genoemd.

Hoe wordt het gemaakt?

Epoëtine is een eiwit dat bestaat uit 165 aminozuren. Daarnaast bevat het suikerketens.

epoëtine - aminozuur volgorde
epoëtine – aminozuur volgorde (Bron: The Oncologist)

Epoëtine wordt gemaakt met behulp van biotechnologie. Dat betekent dat het gen voor erytropoëtine wordt ingebouwd in het DNA van andere cellen. Het inbouwen van een gen in het DNA van een andere cel wordt recombinant-DNA technologie genoemd. De cellen die nu het erytropoëtine-gen bevatten zullen vervolgens erytropoëtine gaan produceren.

De cellen die hiervoor worden gebruikt zijn bacteriën of cellen uit de eierstokken van hamsters.

Het produceren van grotere hoeveelheden erytropoëtine gebeurt in grote ketels. In de ketels worden de omstandigheden optimaal gemaakt om de cellen zich te laten vermenigvuldigen. Hoe meer cellen, hoe meer erytropoëtine wordt geproduceerd. Het geproduceerde erytropoëtine moet vervolgens uit deze celmassa worden gehaald. Dit wordt isolatie genoemd. Het zo verkregen erytropoëtine wordt nu epoëtine genoemd.

Welke producten zijn er?

Er zijn verschillende producten op de markt die epoëtine bevatten. De producten verschillen onderling met betrekking tot (1) de aminozuren waaruit ze zijn opgebouwd, en (2) de hoeveelheid suikerketens die aan het eiwit vastzitten.

Momenteel zijn de volgende producten beschikbaar:

Epoëtine-alfa

Epoëtine-alfa wordt gemaakt met behulp van cellen uit de eierstok van de Chinese hamster.

epoëtine alfa - product met recombinant humaan erytropoëtine
epoëtine alfa injectievloeistof

Dit middel wordt in Nederland door verschillende fabrikanten onder verschillende merknamen op de markt gebracht:

  • Abseamed – EuroCept
  • Binocrit – Sandoz
  • Eprex – JanssenCilag

Epoëtine-beta

Ook dit produkt wordt gemaakt met behulp van cellen uit de eierstok van de Chinese hamster. Het wordt in Nederland op de markt gebracht door Roche onder de merknaam NeoRecormon.

NeoRecormon injectie met epoëtine beta

Epoëtine-gamma

Dit produkt wordt gemaakt met behulp van bindweefselcellen (fibroblasten) van muizen.

Epoëtine-zeta

Dit produkt wordt in Nederland door het bedrijf Hospira op de markt gebracht onder de merknaam Retacrit.

Epoëtine-omega

Dit produkt wordt gemaakt met behulp van cellen uit de nieren van de Syrische goudhamster.

Darbepoëtine-alfa

Darbepoëtine-alfa (Aranesp) heeft meer suikerketens dan erytropoëtine. Het gevolg is dat het minder snel wordt afgebroken in het lichaam. Het voordeel daarvan is dat het minder vaak hoeft te worden ingespoten.

Aranesp injectiespuit met darbepoëtine alfa variant van epoëtine
Aranesp injectiespuit

Darbepoëtine-alfa werd oorspronkelijk Novel Erythropoieting Stimulating Protein (NESP) genoemd.

Bij welke aandoeningen wordt het gebruikt?

Epoëtine is als geneesmiddel ontwikkeld voor de behandeling van bepaalde vormen van bloedarmoede (anemie). Het gaat om bloedarmoede die wordt veroorzaakt door een tekort aan erytropoëtine, bloedarmoede bij kankerpatiënten en bloedarmoede door gebruik van antikankermiddelen (chemotherapie).

Bloedarmoede bij nierfalen (renale anemie)

Deze vorm van bloedarmoede komt vaak voor bij mensen met slecht werkende nieren (nierfalen). In de nieren wordt immers erytropoëtine geproduceerd. Als de nieren slecht werken zullen ze vaak ook minder erytropoëtine produceren. Het beenmerg zal minder rode bloedcellen aanmaken. Het gevolg is bloedarmoede. Dit leidt tot moeheid en moeite met lichamelijke inspanning.

In het verleden werden mensen met nierfalen daarom behandeld met bloedtransfusies. Tegenwoordig krijgen ze epoëtine.

Mensen met slecht werkende nieren worden vaak behandeld met nierspoelingen (hemodialyse). Toediening van epoëtine, meestal tezamen met ijzer, geeft een verhoging van het aantal rode bloedcellen in het bloed. Dit wordt gemeten door het hemoglobine (Hb) gehalte van het bloed te bepalen.

Andere toepassingen

Tegenwoordig wordt epoëtine ook voor andere toepassingen gebruikt, zoals:

Tevens wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van epoëtine bij mensen met de ziekte van Crohn, colitis ulcerose en bloedvergiftiging (sepsis).

Ook wordt onderzocht of het middel moeheid bij myelodysplastisch syndroom, aplastische anemie, myelofibrose en HIV-infecties kan verminderen.

Omdat bij dierproeven een gunstig effect van epoëtine bij beroerte is gevonden werd ook onderzoek bij patiënten met een beroerte gedaan. Het gunstige effect bij de proefdieren werd echter niet bij patiënten met beroerte gevonden. Andere neurologische ziekten waarbij het middel is onderzocht zijn multiple sclerose (MS) en amyotrofische laterale sclerose (ALS).

Ten slotte wordt ook onderzoek gedaan naar de werking bij psychiatrische ziektebeelden als depressie, schizofrenie en angststoornissen.

Hoe wordt het toegediend?

Epoëtine is een eiwit. Dat betekent dat – als je het via de mond zou innemen – het wordt afgebroken in maag en dunne darm. Daarom worden producten die epoëtine bevatten altijd met een injectie toegediend. Dat gebeurt met een injectie onder de huid. Dit wordt ook wel subcutane injectie genoemd.

Na toediening onder de huid komt ongeveer 75% in het bloed terecht. Daar wordt epoëtine afgebroken. Dat gebeurt vooral in de lever. Na 6-8 uur is nog maar de helft van de oorspronkelijke hoeveelheid aanwezig in het bloed.

Bijwerkingen epoëtine

Gebruik van epoëtine als medicijn kan bijwerkingen geven.

Hoge bloeddruk (hypertensie)

Epoëtine kan de bloeddruk verhogen. Bij sommige gebruikers kan hierdoor hypertensie ontstaan. Het is niet helemaal duidelijk waarom epoëtine de bloeddruk verhoogt. In extreme gevallen kan maligne hypertensie ontstaan. Ook kan de hoge bloeddruk de kans op een beroerte verhogen.

Polycytemie

Bij gebruik van te hoge doses erytropoëtine kan een teveel aan rode bloedcellen in het bloed ontstaan. Dit wordt polycytemie genoemd.

Bloedstolsels

Epoëtine kan het aantal bloedplaatjes in het bloed verhogen. Dit wordt trombocytose genoemd. Het kan in zeldzame gevallen leiden tot het ontstaan van bloedstolsels in bloedvaten (trombose).

Waarschijnlijk wordt dit veroorzaakt doordat erytropoëtine in het beenmerg niet alleen voorlopercellen van rode bloedcellen, maar ook van bloedplaatjes stimuleert.

Wanneer NIET gebruiken?

Er zijn verschillende redenen om epoëtine niet te gebruiken. Voor een uitgebreid overzicht verwijzen wij naar het Farmacotherapeutisch Kompas.

Epoëtine is een duur geneesmiddel. Voordat een arts epoëtine voorschrijft is het daarom van belang om te controleren of de patiënt een ijzertekort, vitamine B12-tekort of foliumzuur-tekort heeft. IJzer, vitamine B12 en foliumzuur zijn belangrijke bouwstenen voor rode bloedcellen. Epoëtine toedienen terwijl er een tekort aan deze bouwstenen bestaat heeft daarom weinig zin, en is dus zonde van het geld.

Gebruik als doping

Omdat epoëtine het aantal rode bloedcellen verhoogt verbetert het de zuurstofvoorziening naar de spieren. De spieren zullen daardoor bij inspanning minder snel verzuren. Daarom wordt epoëtine ook gebruikt als dopingmiddel. Het wordt dan meestal EPO genoemd. Het wordt vooral gebruikt door duursporters (marathonlopers, wielrenners, langlaufers). Gebruik van EPO is een vorm van bloeddoping.

Door gebruik van epoëtine zal het aantal rode bloedcellen in het bloed stijgen. Dit kan worden gemeten door het hematocriet (Ht) te bepalen. Een verhoging van de hematocriet-waarde in het bloed kan dus duiden op gebruik van EPO.

Tegenwoordig is het mogelijk om met bloedonderzoek te bepalen of iemand EPO heeft gebruikt. EPO dat als doping wordt toegediend vertoont namelijk kleine verschillen ten opzichte van het lichaamseigen erytropoëtine. In gespecialiseerde laboratoria kunnen die verschillen worden gemeten.

Historie

In 1906 deden Carnot en Deflandre onderzoek bij konijnen met bloedarmoede. Zij spoten serum van deze konijnen in bij gezonde konijnen. Die kregen vervolgens meer rode bloedcellen in het bloed. Hieruit concludeerden ze dat er een stofje in het serum van de konijnen met bloedarmoede moest zitten dat het beenmerg stimuleert om rode bloedcellen aan te maken. Ze noemden dit stofje hemopoëtine.

erytropoëtine - ontdekker professor Paul Carnot
Professor Paul Carnot (1869-1957)

In 1957 werd door Goldwasser en Jacobson aangetoond dat erytropoëtine in de nieren wordt geproduceerd.

In 1977 werd voor het eerst erytropoëtine uit urine gehaald.

In 1983 werd het gen dat verantwoordelijk is voor de productie van erytropoëtine ontdekt. Dit gebeurde in een laboratorium van het farmaceutische bedrijf Amgen.

In 1984 lukte het onderzoekers van Columbia University in New York om dit gen in te bouwen in bacteriën. Deze bacteriën gingen vervolgens menselijk erytropoëtine maken. In 1985 lukte hetzelfde met cellen uit eierstokken van hamsters.

In 1986 wordt epoëtine voor het eerst in klinische studies bij patiënten met nierfalen onderzocht. Deze patiënten waren minder moe en konden meer lichamelijke activiteiten ondernemen. Bovendien ging hun hemoglobine gehalte omhoog en verminderde de bloedingstijd.

In 1989 wordt epoëtine geregistreerd als geneesmiddel door het farmaceutische bedrijf Amgen. Het middel komt onder de merknaam Epogen op de markt. Het bevat epoëtine-alfa. Vanaf dat moment wordt het wereldwijd door vele patiënten met nierziekten gebruikt.

Amgen - eerste registratie van epoëtine

In 1990 brengt Boehringer Mannheim epoëtine-beta op de markt onder de merknaam NeoRecormon. Inmiddels is Boehringer Mannheim overgenomen door Roche.

Eind jaren ’90 van de vorige eeuw worden zogenaamde derde generatie erytropoëtine producten ontwikkeld. Het voordeel van deze producten is dat ze minder vaak hoeven worden ingespoten.

Verder lezen / referenties

  • P van der Meer & DJ van Veldhuisen, ‘Nieuwe toepassingen van erytropoëtine bij cardiovasculaire aandoeningen: van hematopoëse tot cardioprotectie’ in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2008; 152 (16): pagina’s 923-927.
  • LAM Frenken & RAP Koene, ‘Recombinant-humaan erytropoëtine’ in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 1988; 132: pagina’s 432-434.

Synoniemen voor epoëtine zijn recombinant humaan erytropoëtine, recombinant erytropoëtine, rhEPO, r-Hu EPO, r-HuEPO


Gepubliceerd door: Simpto.nl
Datum van publicatie: 4 februari 2017
Auteur: Erwin Douwes
Laatst bijgewerkt op: 3 januari 2018

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *